De Vlaamse land- en tuinbouwsector wordt gekenmerkt door een continue schaalvergroting. Het aantal bedrijven daalt, terwijl de oppervlakte per bedrijf stijgt.

De land- en tuinbouw wordt gekenmerkt door schaalvergroting. Ten opzichte van 2015 is de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf gestegen met 15% tot 29,1 hectare in 2025.

De gemiddelde oppervlakte per landbouwbedrijf ligt het hoogst in Vlaams-Brabant en Limburg en het laagst in West- en Oost-Vlaanderen. Deze trend doet zich al jaren voor, maar de gemiddelde bedrijfsoppervlakte stijgt wel. In 2001 was de gemiddelde oppervlakte voor een bedrijf in Vlaams-Brabant en Limburg gemiddeld 17,7 en 16,9 ha, terwijl dit in 2025 opgelopen is tot respectievelijk 34,7 en 33,6 ha. In Oost- en West-Vlaanderen was de gemiddelde oppervlakte per bedrijf in 2001 respectievelijk 15,3 en 18,5 ha, terwijl dit in 2025 gemiddeld 27,2 ha en 29,2 ha bedraagt. Ook in Antwerpen steeg de gemiddelde oppervlakte van 15,0 ha in 2001 tot 31,1 ha in 2025.

In 2001 waren er nog 42 gemeenten waar de gemiddelde bedrijfsoppervlakte minder dan 10 ha bedroeg, terwijl dit in 2025 nog slechts in 5 gemeenten het geval is. Daarentegen waren er in 2001 slechts 14 gemeenten waar de gemiddelde bedrijfsoppervlakte groter was dan 30 ha, terwijl dit in 2025 al in 133 gemeenten het geval is. Voor gemeenten met minder dan 5 bedrijven wordt geen gemiddelde oppervlakte bepaald.

Dit is een Vlaamse openbare statistiek: landbouwareaal.