De meest gebruikte databronnen in onze analyses zijn de verzamelaanvraag van het Departement Landbouw en Visserij en de jaarlijkse landbouwenquête van Statbel. Hoewel beide bronnen sterk overlappen, is de reden voor het creëren van deze datasets verschillend. Afhankelijk van het doel/de analyse is ofwel de ene ofwel de andere bron meest geschikt. Hieronder komt u meer te weten over de verschillen tussen deze bronnen en voor welke analyses deze bronnen geschikt zijn.

Verzamelaanvraag (bedrijven en percelen)

Iedereen die geregistreerd is als landbouwer bij het Departement Landbouw en Visserij, iedereen die steun in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) aanvraagt, iedereen die perceelsaangifteplichtig is voor de Mestbank of die specifieke teelten teelt, zaaizaad vermeerdert of paspoortplichtige planten teelt, moet een verzamelaanvraag indienen. Mestbankaangifteplichtig ben je als je meer dan 2 ha landbouwgrond, 0,50 ha groeimedium of 0,50 ha permanent overkapte landbouwgrond in gebruik hebt of meer dan 300 kg P2O5 uit dierlijke mest produceert of een opslag hebt van meer dan 300 kg P2O5 uit dierlijke mest.

In de verzamelaanvraag moeten alle landbouwgebruikspercelen worden geregistreerd, alsook enkele niet-landbouwgronden (zoals stallen en gebouwen, niet-landbouwareaal dat wordt begraasd en bomengroepen). De percelen worden in een GIS-systeem ingetekend waardoor we de exacte ligging kennen en de percelen kunnen toewijzen aan de gemeente waarin ze gelegen zijn. 

Alle landbouwpercelen die in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in gebruik zijn, worden aangegeven in de verzamelaanvraag in Vlaanderen. Een interregionale landbouwer moet zowel een Vlaams als een Waals deel van de verzamelaanvraag indienen. Een interregionale landbouw heeft een exploitatie of percelen in het ene gewest en tegelijk ook één of meerdere percelen of exploitaties in het andere gewest.

Meer informatie over de verzamelaanvraag kan u terugvinden op de website van het Departement Landbouw en Visserij.

Landbouwenquête Statbel (bedrijven, bedrijfskenmerken, arealen en dieren)

Jaarlijks stelt Statbel een dataset samen die de volledige landbouwpopulatie weerspiegelt. De basis van deze dataset zijn de beschikbare gegevens uit admi­nistratieve databanken zoals de verzamelaanvraag van het Departement Landbouw en Visserij (voor gegevens over percelen en bedrijven) en Sanitel (voor gegevens over de veestapel), aangevuld met gegevens uit een eigen bevraging. Uit deze administratieve data selecteert Statbel een specifieke groep van bedrijven. Volgens de statistiekwetgeving is het zo dat een landbouwbedrijf moet produceren voor verkoop en/of grond in goede landbouw- en milieuconditie moet houden. Daarom kijkt Statbel In de praktijk na of het bedrijf gekend is in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO), dus of het een ondernemingsnummer én een NACE-code voor landbouw heeft. Bovendien wijst Statbel alle gronden van een bedrijf toe aan de gemeente waarin de bedrijfszetel gelegen is. M.a.w. een bedrijf waarvan de zetel in gemeente X gelegen is en waarvan de gronden allemaal in gemeente Y liggen, wordt bij Statbel volledig aan gemeente X toegewezen. 

Bepaalde aangifteplichtigen bij de verzamelaanvraag worden bij Statbel niet beschouwd als landbouwbedrijf. Deze bedrijven en bijhorende gronden worden dus niet meegenomen in de landbouwenquête. Hierdoor is het totale areaal in de indicator ‘landbouwareaal’ kleiner dan deze in de indicator ‘landbouwpercelen’. 

Aanvullend bevraagt Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium) bijna jaarlijks de landbouwers door middel van een of meerdere bijkomende enquêtes.

Door het combineren van verschillende administratieve bronnen en bijkomende enquêtes wordt er bij de data van de landbouwenquête een totaalbeeld van de landbouwbedrijven (gewassen en dieren) gevormd. De landbouwenquête van Statbel bevat ook gegevens van Wallonië, terwijl de verzamelaanvraag zich toespitst op de Vlaamse aangevers.

De landbouwenquête ondergaat regelmatig (procedurele) wijzigingen die een impact kunnen hebben op de (continuïteit van de) gegevens. De belangrijkste, waarvan de impact ook zichtbaar is in sommige indicatoren van deze website, zijn:

  • Om redenen van administratieve vereenvoudiging berust de enquête vanaf 2011 niet meer op de landbouwers die hebben deelgenomen aan de landbouw­telling van het voorgaande jaar maar op de landbouwers die een verzamelaanvraag hebben ingediend bij het Vlaams Gewest. In 2011 is er dus een chronologische breuk in het aantal landbouwbedrijven.
  • In 2016 bleef het aantal landbouwbedrijven constant door een verbetering van het register. Als u meer wilt weten over methodologische veranderingen bij de landbouwenquête, kunt u de website van Statbel raadplegen.

Verschillen tussen de verzamelaanvraag en de landbouwenquête

Zoals je eerder kon lezen zijn er een aantal verschillen tussen deze datasets die van belang zijn bij de keuze van dataset en bij de interpretatie van de analyseresultaten. Samengevat zijn dit de belangrijkste verschillen:

  • Bedrijven:
    • De verzamelaanvraag bevat alle bedrijven die steun vragen in het kader van het GLB en iedereen die perceelsaangifteplichtig is voor de Mestbank of die specifieke teelten teelt, zaaizaad vermeerdert of paspoortplichtige planten teelt, moet een verzamelaanvraag indienen.
    • De landbouwenquête bevat slechts een selectie van de bedrijven uit de verzamelaanvraag, namelijk deze die produceren voor verkoop (= ondernemingsnummer in het KBO én een NACE-code voor landbouw). Soms worden bedrijven om verschillende redenen samengevoegd tot één productie-eenheid. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar Statbel.
      Het Departement Landbouw en Visserij beschikt over een geanonimiseerde gegevens van de landbouwenquête. Omdat deze dataset niet toelaat om een bedrijf doorheen de tijd op te volgen, laat het dus ook niet toe om uitspraken te doen over het aantal starters en stoppers in de landbouwsector.
  • Areaal:
    • De verzamelaanvraag bevat alle Vlaamse percelen van alle bedrijven die een perceelsaangifte doen. De percelen worden in een GIS-systeem ingetekend waardoor we de exacte ligging kennen en de percelen kunnen toewijzen aan de gemeente waarin ze gelegen zijn. 
    • De landbouwenquête bevat enkel de percelen van de bedrijven die Statbel heeft weerhouden. Daarenboven worden de perceelsoppervlaktes op bedrijfsniveau opgeteld, zowel Vlaamse als Waalse, en toegekend aan de gemeente waarin de bedrijfszetel van het bedrijf gelegen is en dus niet volgens de werkelijke ligging van elk perceel.

Om bovenstaande redenen kan je verschillende waarden bekomen bij het vergelijken van gelijkaardige analyses:

  • Wat is het areaal aardappelen in Vlaanderen? T.o.v. welk areaal aardappelen telen de Vlaamse landbouwers?
  • Wat is het totaal aantal bedrijven dat een verzamelaanvraag indiende? T.o.v. wat is het totaal aantal landbouwbedrijven?

Gebruik van verzamelaanvraag en landbouwenquête van Statbel

De landbouwenquête is vooral geschikt voor analyses die zich focussen op diverse kenmerken van de Vlaamse landbouwbedrijven en op de evoluties en trends hiervan. Wanneer de invalshoek van vragen of analyses (deel)sectorgericht is, zal dan ook standaard deze dataset gebruikt worden.

De dataset van Statbel is ook deze die naar Eurostat verstuurd wordt om de totale Europese landbouwpopulatie in kaart te brengen en op te volgen. Bij het nemen van steekproeven (zoals het Landbouwmonitoringsnetwerk ) wordt naar deze dataset gekeken om een representatief staal samen te stellen.
Voorbeelden van indicatoren en analyses waarbij de data van de landbouwenquête werden gebruikt:

De data van de verzamelaanvraag zijn vooral geschikt voor diepgaandere geografische en teeltgebonden analyses en voor beleidsvragen.
Voorbeelden van indicatoren en analyses waarbij de data van de verzamelaanvraag werden gebruikt: