De Vlaamse land- en tuinbouwsector wordt gekenmerkt door een continue schaalvergroting. Het aantal bedrijven daalt, terwijl de oppervlakte per bedrijf stijgt.

De land- en tuinbouw wordt gekenmerkt door schaalvergroting. Ten opzichte van 2011 is de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf met 14% tot 26,9 hectare in 2021.

De gemiddelde oppervlakte per landbouwbedrijf ligt het hoogst in Vlaams-Brabant en Limburg en het laagst in West- en Oost-Vlaanderen. Deze trend doet zich al jaren voor, maar de gemiddelde bedrijfsoppervlakte stijgt wel. In 2001 was de gemiddelde oppervlakte voor een bedrijf in Vlaams-Brabant en Limburg gemiddeld 17 ha, terwijl dit in 2021 opgelopen is tot rond de 30 ha. In Oost- en West-Vlaanderen was de gemiddelde oppervlakte per bedrijf in 2001 respectievelijk 15 en 17 ha, terwijl dit in 2021 gemiddeld ca. 25 ha bedraagt. Ook in Antwerpen steeg de gemiddelde oppervlakte van 14 ha in 2001 tot 27 ha in 2021.

In 2001 waren er nog 43 gemeenten waar de gemiddelde bedrijfsoppervlakte minder dan 10 ha bedroeg, terwijl dit in 2021 nog slechts in 3 gemeenten het geval is. Daarentegen waren er in 2001 slechts 12 gemeenten waar de gemiddelde bedrijfsoppervlakte groter was dan 30 ha, terwijl dit in 2021 al in 100 gemeenten het geval is. Voor gemeenten met minder dan 5 bedrijven wordt geen gemiddelde oppervlakte bepaald.

Dit is een Vlaamse openbare statistiek: landbouwareaal.