Op deze pagina plaatsen we de Vlaamse en Belgische landbouw in een Europees perspectief. Door te vergelijken met andere EU‑landen krijg je inzicht in structurele verschillen en overeenkomsten op het vlak van areaal, veestapel, landbouwbedrijven en biolandbouw.

Kernboodschappen
  • Landbouw neemt een belangrijke plaats in binnen Vlaanderen. Bijna de helft (47,1%) van de Vlaamse oppervlakte wordt gebruikt voor landbouw, wat iets boven het Europese gemiddelde (46,2%) ligt.
  • In Europa waren er in 2020 iets meer dan 9 miljoen landbouwbedrijven. In 10 jaar tijd is dat aantal met een kwart afgenomen. In Vlaanderen is de daling is minder sterk (-18% over dezelfde periode).
  • De schaalvergroting zet verder door. Het aantal landbouwbedrijven en bedrijven met dieren neemt af, terwijl de gemiddelde bedrijfsomvang en het aantal dieren per bedrijf blijven toenemen. De gemiddelde bedrijfsoppervlakte (in 2020) van Vlaamse landbouwbedrijven (27,6 hectare) ligt ook iets boven het Europese gemiddelde van 21 hectare. Vlaamse veehouderijbedrijven behoren tot de grootste van Europa. Gemiddeld telt een Vlaams veeteeltbedrijf ongeveer 200 grootvee-eenheden , waarmee Vlaanderen tot de Europese top behoort.
  • De Vlaamse landbouw is sterk gespecialiseerd. Vooral bedrijven gericht op graasdieren, hokdieren en tuinbouw komen vaker voor dan in de meeste andere EU-lidstaten.
  • Biologische landbouw blijft beperkt in Vlaanderen. Zowel het aantal biobedrijven als het biologische landbouwareaal ligt onder het Europese gemiddelde. Ook de biologische veestapel blijft relatief klein.

De vergelijking van de Belgische en Vlaamse landbouw met andere Europese landen gebeurt op basis van gegevens van Eurostat, aangevuld met Vlaamse cijfers van de indicatoren (van Eurostat indien beschikbaar of van de indicatoren op deze website). Elke dataset in Eurostat heeft een duidelijke naam of code, zodat je ze makkelijk kan terugvinden via de zoekfunctie op de website van Eurostat. In de bronvermelding onder elke figuur staat telkens de naam van de gebruikte dataset.

Voor recente jaren zijn de beschikbare gegevens vaak nog onvolledig. Daarom tonen veel figuren het meest recente jaar waarvoor data van (bijna) alle lidstaten beschikbaar zijn. Als gebruiker kan je altijd zelf een recenter, maar minder volledig jaar selecteren.

Op deze pagina vind je eerst een overzichtskaart met de belangrijkste indicatoren. Daaronder volgen meer gedetailleerde analyses per thema, met extra cijfers en evoluties doorheen de tijd. In de figuren zijn de Europese landcodes gebruikt. Wanneer je met je muis boven een datapunt blijft hangen, verschijnt er extra informatie, waaronder de de naam van het land. Onder elke figuur kan je de gebruikte gegevens downloaden via de knop ‘download data’.

Opmerking voor mobiele gebruikers: om de leesbaarheid te verbeteren, worden de figuren op mobiele toestellen vereenvoudigd weergegeven. Daardoor zijn filtermogelijkheden niet beschikbaar.

Overzichtskaart

Onderstaande kaart bevat een selectie van de interessantste indicatoren. Je kan zelf je indicator kiezen, waarna de beschikbare jaren zich aanpassen. De volledige dataset is beschikbaar via de downloadknop onder de kaart.

Landbouwareaal

De Europese Unie telt ongeveer 200 miljoen hectare landbouwgrond. Vlaanderen neemt daarvan slechts 0,3% voor zijn rekening. Binnen Vlaanderen wordt bijna de helft van de oppervlakte (47,1% in 2020) gebruikt voor landbouw. Daarmee ligt Vlaanderen net boven het Europese gemiddelde (46,2%) (meer info over het Vlaamse landbouwareaal).

De invulling van het landbouwareaal verschilt sterk tussen de lidstaten. Vlaanderen kent een relatief groot aandeel bouwland, een aandeel permanent grasland dat vergelijkbaar is met het Europese gemiddelde en een beperkte oppervlakte bebost landbouwgebied.

Veestapel

In 2020 was de Vlaamse veestapel goed voor 2,3% van de totale Europese veestapel. De grootste veestapels zijn al jarenlang terug te vinden in Frankrijk, Spanje en Duitsland (meer info over de Vlaamse veestapel).

De samenstelling van de Vlaamse veestapel wijkt af van het Europese gemiddelde. Varkens zijn relatief sterk vertegenwoordigd, terwijl het aandeel runderen lager ligt dan gemiddeld in de EU.

Sinds 2005 is de Vlaamse veestapel, uitgedrukt in grootvee-eenheden , met 8,6% afgenomen. Hiermee bevindt Vlaanderen zich onder het midden van de rangschikking. Die daling is vooral zichtbaar bij runderen en varkens. Het aantal stuks pluimvee nam daarentegen toe, een trend die ook in veel andere Europese landen zichtbaar is.

Het aantal landbouwbedrijven met dieren daalde in dezelfde periode met 46%. Die evolutie ligt in lijn met wat zich in veel andere Europese lidstaten voordoet.

De gemiddelde veedichtheid in Europa bedraagt ongeveer 0,75 grootvee-eenheden per hectare landbouwgrond. Hoewel de Belgische en Vlaamse veedichtheid is gedaald tot het laagste niveau sinds 2005, blijft ze bijzonder hoog. Met respectievelijk 2,5 en 4,1 GVE per hectaren liggen de waarden ruim boven het Europese gemiddelde. Vlaanderen kent daarmee zelfs de hoogste veedichtheid van Europa. 

Landbouwbedrijven

In 2020 telde de Europese Unie iets meer dan 9 miljoen landbouwbedrijven. Ten opzichte van tien jaar eerder is dat aantal met ongeveer een kwart afgenomen. In Vlaanderen was de daling beperkter en nam het aantal landbouwbedrijven met 18% af (meer info over het aantal Vlaamse landbouwbedrijven).

Landbouwbedrijven: areaal

Met een gemiddelde bedrijfsoppervlakte van 27,6 hectare zijn Vlaamse landbouwbedrijven iets groter dan het Europese gemiddelde van 21 hectare. Toch zijn er verschillende lidstaten, zoals Tsjechië, Slowakije, Zweden, Finland, Estland en Denemarken, waar bedrijven gemiddeld meer dan 100 hectare groot zijn (meer info over de grootte van de Vlaamse landbouwbedrijven). 

Vlaanderen telt relatief weinig zeer grote bedrijven van meer dan 100 hectare, maar wel meer middelgrote bedrijven dan gemiddeld in Europa. Op Europees niveau bewerken bedrijven groter dan 100 hectare iets meer dan de helft van alle landbouwgrond, terwijl ze slechts een klein deel (3,6%) van het totale aantal bedrijven uitmaken.

Landbouwbedrijven: dieren

Gemiddeld houden Vlaamse landbouwbedrijven ongeveer 200 grootvee-eenheden aan. Daarmee behoren ze tot de grootste veehouderijbedrijven van Europa. Enkel Denemarken en Nederland tellen gemiddeld nog grotere bedrijven (meer info over de veestapel van de Vlaamse landbouwbedrijven).

Omdat het aantal bedrijven met dieren sneller daalde dan de totale veestapel, nam het aantal dieren per bedrijf aanzienlijk toe. In Vlaanderen bedraagt die stijging 69% ten opzichte van 2005. In verschillende andere Europese landen was de toename zelfs nog sterker.

Landbouwbedrijven: specialisatie

De Vlaamse landbouw telt relatief veel bedrijven die gespecialiseerd zijn in graasdieren, hokdieren en tuinbouw. Vooral tuinbouw speelt een belangrijkere rol dan in veel andere Europese lidstaten. Bedrijven gespecialiseerd in permanente teelten, zoals fruitboomgaarden of wijngaarden, komen in Vlaanderen dan weer minder vaak voor (meer info over de specialisatie van de Vlaamse landbouwbedrijven). 

Biolandbouw

Het aantal biologische landbouwbedrijven in Vlaanderen is beperkt in vergelijking met andere Europese regio's. Ook het aandeel biobedrijven binnen het totale aantal landbouwbedrijven ligt onder het Europese gemiddelde (meer info over de Vlaamse biobedrijven). 

Daarnaast blijft het biologische landbouwareaal relatief klein, zowel in absolute cijfers als in verhouding tot de totale landbouwoppervlakte. Vlaanderen bevindt zich daardoor in de onderste regionen van de Europese rangschikking. Het areaal dat in omschakeling is naar biologische landbouw varieert van jaar tot jaar (meer info over het Vlaamse bioareaal).

Ook de biologische veestapel blijft eerder beperkt in Vlaanderen. Binnen de biologische veehouderij vormen pluimvee, varkens en runderen de belangrijkste diercategorieën. (meer info over de Vlaamse biologische veestapel)