De eindproductiewaarde blijft nagenoeg stabiel in 2024 met een waarde van 7,9 miljard euro, terwijl de intermediaire kosten dalen met -5,9%. Er zijn grote verschillen tussen de diverse sectoren. De bruto en netto toegevoegde waarde nemen gemiddeld gezien opnieuw toe. De eindproductiewaarde en de toegevoegde waarde liggen op de hoogste waarden in de recente geschiedenis.

De Vlaamse land- en tuinbouwsector realiseert in 2024 een eindproductiewaarde van 7,9 miljard euro. Daarvan is veruit het grootste deel (64%) afkomstig van de veeteelt. Tuinbouw en akkerbouw zijn goed voor respectievelijk 27% en 9%. De vijf belangrijkste subsectoren qua productiewaarde zijn varkens (1,85 miljard euro), melk en melkderivaten (1,49 miljard euro), groenten (1,08 miljard euro), runderen (716 miljoen euro) en fruit (604 miljoen euro). Zij vertegenwoordigen samen 72% van de totale eindproductiewaarde.

In 2024 bedraagt het intermediaire verbruik 5,2 miljard euro. 52% hiervan is voor veevoer, 11% voor energie en 3% voor meststoffen. Uit de waarde van de eindproductie, het intermediaire verbruik en rekening houdend met de afschrijvingen en de netto subsidies kan de netto toegevoegde waarde geraamd worden.

De productiewaarde en intermediaire consumptie kennen een ongelijke evolutie in 2024. De eindproductiewaarde daalt slechts heel licht met -0,4%. Groenten in openlucht, melk en melkderivaten, en eieren halen een hogere productiewaarde dan in 2023. Voor akkerbouwteelten zoals granen, aardappelen en suikerbieten lag de productiewaarde gevoelig lager, alsook voor peren. Ook runderen en varkens kenden een daling. De intermediaire consumptie daalt met -5,9%. Dat komt vooral door een dalende kost voor veevoeder en energie. In 2024 bedraagt de netto toegevoegde waarde 2,4 miljard euro, een hoge waarde die 2023 overtreft.

Dit is een Vlaamse openbare statistiek: productierekening land- en tuinbouwbedrijven.