Het aangegeven landbouwareaal in Vlaanderen bedraagt in 2021 zo’n 673.600 hectare. Ongeveer 59% hiervan bestaat uit voedergewassen en 30% uit akkerbouw. Daarna volgen groenten (5%), fruit (3%), sierteelt (1%) en overig aangegeven areaal (2%).
Lees meer

De figuur geeft de ligging van de landbouwpercelen, zoals aangegeven in de definitieve resultaten van de verzamelaanvraag 2021, in Vlaanderen weer. Er kan afgedaald worden vanaf het niveau van de grote gewasgroepen tot op gewascodeniveau.

In Vlaanderen is er in 2021 ca. 673.600 hectare landbouwareaal aangegeven. 59% van het aangegeven landbouwareaal bestaat uit voedergewassen, zoals grasland en voedermaïs. Ze liggen verspreid over heel Vlaanderen. Akkerbouw (bv. aardappelen, granen en nijverheidsgewassen) maakt 30% van het aangegeven areaal uit. Ze liggen voornamelijk in de Leemstreek en de Polders. Groenten maken 5% uit van het aangegeven landbouwareaal. Ze worden vooral centraal in West-Vlaanderen en tussen Antwerpen en Brussel geteeld. Fruitteelt komt vooral voor in de streek rond Sint-Truiden (vooral pitfruit) en rond Beveren – Hoogstraten (aardbeien). De grootste oppervlakte sierteelt in terug te vinden rond Gent.

Zie ook het luik data voor een meer gedetailleerde en interactieve kaart, en een downloadbare dataset.

Onderstaande figuur geeft het aandeel aangegeven landbouwareaal weer t.o.v. de totale oppervlakte van de gemeente sinds 2011. In 2021 zijn er 22 gemeenten waar het aangegeven landbouwareaal meer dan driekwart van de oppervlakte van de gemeente uitmaakt. Bij 49 gemeenten is het aandeel aangegeven landbouwareaal twee derde of meer van de oppervlakte van de gemeente. In de Westhoek ligt een cluster van gemeenten waarvan de oppervlakte nog voor een groot deel uit landbouwareaal bestaat. Ten opzichte van 2011 zijn er weinig verschuivingen in de hoogste categorie (meer dan 75% van de oppervlakte van de gemeente is aangegeven landbouwareaal).

Er zijn in 2021 9 gemeenten waar het aandeel aangegeven landbouwareaal minder dan 10% bedraagt van de oppervlakte van de gemeente. In de provincie Antwerpen zijn dat Antwerpen, Boom, Brasschaat, Hemiksem en Schoten. In de Brusselse rand zijn dat Drogenbos, Hoeilaart en Machelen en in Limburg is dat Genk.

Ten opzichte van 2011 is in 9 gemeenten het aandeel met meer dan 4% gezakt: Knokke-Heist, Evergem, Dentergem, Beringen, Beerse, Roeselare, De Pinte, Kuurne en Herstappe. In 186 van de 300 gemeenten is het aangegeven landbouwareaal t.o.v. 2011 afgenomen en in 114 gemeenten is het aangegeven areaal toegenomen. Dit betekent niet noodzakelijk dat er meer teelten zijn in die gemeenten, want landbouwers worden ook verplicht om al het areaal dat in het kader van hun bedrijfsvoering gebruikt wordt aan te geven. Indien u hier duidelijk zicht op wenst, verwijzen we u graag door naar de interactieve Analysetabel aangegeven areaal waar ook gemeentestatistieken kunnen uit gehaald worden. 

De gemeenten waar het aangegeven landbouwareaal in absolute cijfers met meer dan 200 ha is afgenomen, zijn  Antwerpen (-380 ha), Hoogstraten (-298 ha), Ravels (-276 ha), Diest (-201 ha), Brugge (-356 ha), Oostkamp (-222 ha), Roeselare (-290 ha), Deinze (-288 ha), Beveren (-404 ha), Beringen (-345 ha), Evergem (278 ha), Gent (241 ha), Diksmuide (234 ha), Kortrijk (220 ha), Knokke-Heist (220 ha) en Aalter (217 ha).

Voor de indicatoren Landbouwpercelen en Landbouwareaal zijn twee verschillende bronnen gebruikt. De indicator Landbouwpercelen geeft alle percelen weer die worden aangegeven in de Verzamelaanvraag . In de Verzamelaanvraag moeten alle landbouwgebruikspercelen worden geregistreerd, alsook enkele niet-landbouwgronden (zoals stallen en gebouwen, niet landbouwareaal dat wordt begraasd en bomengroepen). Iedereen die geregistreerd is als landbouwer bij het Departement Landbouw en Visserij, die steun in het kader van het GLB aanvraagt, die perceelsaangifteplichtig is voor de Mestbank of die specifieke teelten teelt, zaaizaad vermeerdert of paspoortplichtige planten teelt, dient een verzamelaanvraag in te dienen. Mestbankaangifteplichtig ben je als je meer dan 2 ha landbouwgrond, 0,50 ha groeimedium of 0,50 ha permanent overkapte landbouwgrond in gebruik hebben of meer dan 300 kg P2O5 uit dierlijke mest produceren of een opslag hebben van meer dan 300 kg P2O5 uit dierlijke mest. De percelen worden in een GIS-systeem ingetekend waardoor we de exacte ligging kennen en de percelen kunnen toewijzen aan de gemeente waarin ze gelegen zijn. 

De indicator Landbouwareaal is opgemaakt op basis van de landbouwgegevens van Statbel. Zij gebruiken hiervoor als basis ook de Verzamelaanvraag, maar selecteren hieruit een specifieke groep van bedrijven. Volgens de statistiekwetgeving is het zo dat een landbouwbedrijf moet produceren voor de verkoop en/of grond in goede landbouw- en milieuconditie moet houden. In de praktijk kijkt Statbel daarom na of het bedrijf gekend is in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO), dus een ondernemingsnummer heeft én een NACE-code voor landbouw. Bovendien wijst Statbel alle gronden toe aan de gemeente waarin de bedrijfszetel van het bedrijf gelegen is. Een bedrijf waarvan de zetel in gemeente X gelegen is en waarvan de gronden allemaal in gemeente Y gelegen zijn, wordt bij Statbel volledig aan gemeente X toegewezen. Bepaalde aangifteplichten bij de Verzamelaanvraag worden bij Statbel niet beschouwd als een landbouwbedrijf. Hun gronden worden dus niet worden meegenomen in de landbouwtelling. Hierdoor is het totale areaal in de indicator ‘landbouwareaal’ dus kleiner dan deze in de indicator ‘landbouwpercelen’.