De land- en tuinbouw wordt gekenmerkt door schaalvergroting. De standaard output van een Vlaams land- en tuinbouwbedrijf groeit jaar na jaar en bedroeg 313.217 euro per bedrijf in 2025.

De land- en tuinbouw wordt gekenmerkt door schaalvergroting. Terwijl het aantal landbouwbedrijven gestaag vermindert, groeit de standaard output per bedrijf. In 2025 bedroeg de gemiddelde standaard output van een bedrijf 313.217 euro. Dit is een stijging met bijna 37% ten opzichte van 2015. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de gebruikte SO-coëfficiënten voor verschillende periodes verschillend zijn. Hierdoor houdt deze indicator in zekere mate rekening met de inflatie.

De gemiddelde standaard output per bedrijf en de totale standaard output verschilt van gemeente tot gemeente. 

In onderstaande kaart wordt de gemiddelde standaard output per bedrijf per gemeente weergegeven voor de periode 2001-2025. Bedrijven met een standaard output van minder dan 25.000 euro worden vaak beschouwd als hobbybedrijven. Daarom is deze grens ook in de kaart opgenomen. Het aantal gemeenten met een gemiddelde SO kleiner dan 25.000, of waar er te weinig landbouwbedrijven zijn om het gemiddelde te berekenen is echter zeer beperkt. Dat de gemiddelde SO per bedrijf toeneemt blijkt ook uit de kaart, waardoor de meeste gemeenten doorheen de jaren steeds groener kleuren. 

De hoogste SO’s per bedrijf per gemeente worden gerealiseerd in de Noorderkempen, Noord-Limburg en West-Vlaanderen. Gebieden met groenten, fruit en sierteelt kleuren in de tijd ook steeds groener, bv. de sierteeltregio rond Gent, Haspengouw, de streek rond Beveren, het hart van West-Vlaanderen. Waar in 2001 er 10 gemeenten waren met een gemiddelde SO per bedrijf van meer dan 250.000 euro, is dat in 2025 al in 136 gemeenten het geval. In 23 gemeenten bedraagt de gemiddelde SO per bedrijf zelfs meer dan 500.000 euro.

Onderstaande kaart geeft de totale standaardoutput (SO) per gemeente weer voor de periode 2001-2025. De gemeenten met de hoogste SO zijn Hoogstraten, Wuustwezel, Wingene, Tielt en Diksmuide. In Liedekerke, Sint-Martens-Latem, Leopoldsburg, Genk en Denderleeuw ligt de SO het laagst.