Korte keten is de meest voorkomende verbredingsactiviteit, blijkt uit cijfers van Statbel. In 2023 geeft 13% van de landbouwbedrijven in Vlaanderen aan dat ze aan een of meerdere vormen van rechtstreekse verkoop doen. Andere bedrijven doen aan zorg, landbouweducatie of hoevetoerisme, verrichten loonwerk of verkopen zelfgeproduceerde energie. 

Activiteiten diversifiëren is een manier om zich in te dekken tegen slechte productieresultaten. Landbouwers zoeken vaak een aanvullend inkomen door middel van activiteiten die niet rechtstreeks met de productieactiviteit te maken hebben. Dit soort activiteiten is zeer divers (sociaal, toeristisch, milieu, afzet, enz.). 

Een eenduidige afbakening/definitie van het begrip verbreding is er niet. We geven een overzicht van de verbredingsactiviteiten waarover gegevens bestaan.

Voorkomen van verbreding volgens landbouwenquête Statbel

De bron die ons het breedste zicht biedt op de frequentie van verbredingsactiviteiten is de landbouwenquête van Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium). Onderstaande tabel geeft een overzicht van de resultaten van de bevraging die Statbel uitvoerde, van 2005 tot 2023. 

Korte keten is de meest voorkomende verbredingsactiviteit. In 2023 geeft 13,2% van de bedrijven aan dat ze aan een of meerdere vormen van ‘rechtstreekse verkoop’ doen. In vergelijking met 2013 is het aantal bedrijven met rechtstreekse verkoop toegenomen met meer dan één derde tot 2.870 bedrijven. Meer informatie over verschillende vormen van korte keten is terug te vinden in de specifieke indicator over korte keten.

638 landbouwbedrijven geven in de enquête van Statbel aan dat ze aan zorg of landbouweducatie doen op het bedrijf. Dat is een daling van een kwart ten opzichte van 2020. Voordien werd deze vorm van verbreding niet bevraagd. Land- en tuinbouwers kunnen een subsidie krijgen voor het opnemen van een zorgtaak op hun bedrijf. Meer statistieken op basis van deze subsidie zijn verder op deze pagina terug te vinden.

In Vlaanderen zijn er volgens Statbel 620 landbouwbedrijven, ofwel 2,9% van alle bedrijven, die hun boerderij of hoeve openstellen voor toeristen. Ten opzichte van 2013 is er een stijging met meer dan de helft. Ruim 36% van de toeristische activiteiten (224 bedrijven) bevindt zich in de provincie West-Vlaanderen. 

In 2023 zijn er 736 landbouwbedrijven die ook loonwerk verrichten met behulp van de machines van het eigen bedrijf. Dit is een afname ten opzichte van 2020 met meer dan een kwart. 

In 2023 doet 20% van de landbouwbedrijven minstens één van bovenstaande verbredingsactiviteiten. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2020 toen het nog om 20,7% van de bedrijven ging. Twee derde van de bedrijven die een verbredingsactiviteit heeft,  combineert zelfs meerdere activiteiten. Opvallend is ook dat, behalve voor melkvee, de dierlijke sectoren minder aan verbreding doen in vergelijking met de plantaardige sectoren.

Een woord over de werkwijze van Statbel: de jaarlijkse landbouwtelling, gebaseerd op data uit diverse administratieve databanken, wordt in de jaren van een structuurenquête aangevuld met gegevens uit specifieke thematische bevragingen. Dit gebeurt ongeveer 3 keer in 10 jaar tijd (in de jaartallen eindigend op 0, 3 en 6). Er moet hier echter bij worden vermeld dat de landbouwer volgens zijn interpretatie van de definities deze enquête invult. Daarom verschillen deze resultaten dan ook van de themaspecifieke databanken (zie verder)

De analyses op basis van de landbouwenquêtes van Statbel geven een beeld van het voorkomen van verbredingsactiviteiten op Vlaamse landbouwbedrijven. De enquête over verbreding bevatte echter niet elk jaar dezelfde opdeling in verbredingsactiviteiten. Zo wordt er pas sinds 2013 gevraagd naar korteketenactiviteiten. Wel is er steeds gevraagd naar het voorkomen van ‘andere verbredingsactiviteiten’, wat als een restcategorie beschouwd kan worden.

Voorkomen van verbreding volgens administratieve databanken

Voor een aantal van de verbredingsmaatregelen zijn er specifieke (steun)maatregelen van toepassing, waardoor we ook via administratieve databanken een zicht krijgen op deze specifieke vorm van verbreding. Deze databanken zitten verspreid bij de bevoegde instanties en kunnen niet altijd gekoppeld worden, zodat deze data dus enkel iets vertellen over het voorkomen van die specifieke vorm van verbreding en niet de combinaties ervan.

In 2023 zijn er 348 actieve zorgboerderijen in Vlaanderen, een status quo ten opzichte van het jaar ervoor. Er waren 846 overeenkomsten actief waarvoor subsidies werden aangevraagd, goed voor 46.767 geregistreerde prestaties. De overheid keerde hiervoor in 2023 1,37 miljoen euro aan subsidies uit. Meer cijfers over zorgboerderijen zijn terug te vinden bij de indicator over zorgboerderijen.

Er zijn in 2025 in Vlaanderen 130 kijkboerderijen aangesloten bij Plattelandsklassen vzw, goed voor een toename van 38% ten opzichte van 2023. 

VLAM houdt met ‘Recht van bij de boer’ een online databank van korteketenverkooppunten bij. In juni 2025 zijn er 1.687 verkooppunten geregistreerd. Zo zijn er 752 hoevewinkels, 285 afhaalpunten en 284 automaten. Op veel van deze verkooppunten worden producten verkocht van meerdere producenten.

De totale omzet  van de rechtstreekse verkoop op de hoeve en de boerenmarkten in Vlaanderen bedraagt in 2024 105 miljoen euro. Dat is een stijging van 27% in vergelijking met 2023 en komt hiermee terug op het niveau van het coronajaar 2020. 2020 was door de lockdown een uitzonderlijk jaar. Door de herwonnen tijd vanwege het vele thuiswerken, de nood aan beweging en de sympathie voor de lokale ondernemer herontdekte de consument de hoevewinkel in zijn buurt. Tegelijk waren openbare markten en boerenmarkten een tijd verplicht gesloten.

De rechtstreekse verkoop op de hoeve was in 2024 goed voor 80 miljoen euro. Het aandeel van de hoeveverkoop schommelt hiermee rond  1,0% in de totale distributie van verse voeding in Vlaanderen. Voor de boerenmarkt klimt met ruim 25 miljoen euro naar een aandeel net boven de 0,3%.

Landbouwers kunnen vrijwillig intekenen op agromilieuklimaatmaatregelen (AMKM), beheerovereenkomsten (BO) en ecoregelingen (ER). Deze kunnen ook beschouwd worden als een vorm van verbreding. Het gaat hoofdzakelijk om maatregelen die landbouwers belonen voor extra inspanningen voor milieu, klimaat en biodiversiteit. AMKM en BO zijn vaak meerjarige verbintenissen, terwijl ecoregelingen eenjarige zijn. Ecoregelingen zijn een nieuw instrument (sinds 2023) onder de rechtstreekse steun (pijler 1). Ecoregelingen leunen thematisch aan bij de AMKM, maar zijn eenjarige in plaats van meerjarige verbintenissen. In 2024 hebben 14.249 unieke landbouwers minstens één AMKM, BO of ER. In 2010, toen er nog geen ecoregelingen waren, was ging het om 7.545 bedrijven. Voor meer informatie over de AMKM, BO en ER kan je terecht bij de indicator GLB: (11) Agro­mi­li­eu­kli­maat­maat­re­ge­len, eco­re­ge­lin­gen en steun voor bio.

Via de downloadknop onder de tabel kan je de data verkrijgen tot op maatregelniveau.