Het aandeel korteketenbedrijven ten opzichte van het totaal aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen is gestegen van 10% in 2016 naar 13,2% in 2023. In absolute cijfers zijn er 2.870 landbouwbedrijven die één of meerdere korteketenactiviteiten uitoefenen in 2023.

De cijfers zijn afgeleid uit de gegevens die door Statbel om de 3 à 4 jaar worden opgevraagd via een grote bijkomende enquête bij landbouwers over heel België. Deze enquête wordt uitgevoerd naast de jaarlijkse landbouwtelling van Statbel. De meest recente enquête over korteketenactiviteiten dateert van 2023.

De korteketenactiviteiten zijn in de vragenlijst onderverdeeld in vijf categorieën:

  • Hoeveverkoop omvat de verkoop van verse producten op de eigen hoeve(-winkel), via automaten of webwinkels. Daarbij is ook de verkoop op andere hoeves waarmee de landbouwer een samenwerking mee heeft, onderdeel van deze categorie. Voorts behoort ook de verkoop op het veld tot de hoeveverkoop. Hiermee wordt bedoeld: zelfoogstboerderijen of zelfpluk.
  • Verkoop op de markt omvat de rechtstreekse verkoop van producten door de producent zelf of een afgevaardigde van het landbouwbedrijf. Boerenmarkten en buurderijen zijn voorbeelden hiervan.
  • Tot de categorie pakkettensystemen behoren pakketten van landbouwproducten die afzonderlijk of in de vorm van abonnementen verkocht worden via consumentengroepen, coöperatieven, gespecialiseerde winkels, platformen, etc. Wanneer de pakketten op de hoeve zelf of op een markt verkocht worden, dan behoort deze activiteit niet tot het pakkettensysteem (maar tot de hoeveverkoop of verkoop op markt) In 2023 werd niet meer gevraagd naar deze categorie en zijn deze activiteiten vermoedelijk opgenomen in de volgende categorie.
  • Verkoop via één tussenschakel aan de consument omvat verkopen aan lokale detailhandel, aan horeca, aan coöperatieve van producenten en verkoop via één andere tussenschakel aan de consument.
  • Als laatste is er de categorie andere korte ketenactiviteiten dat alle activiteiten bevat die niet tot een van de vorige categorieën behoort. Voorbeelden hiervan zijn verkoop via lokale supermarkten en verkoop aan horeca

Het aandeel korteketenbedrijven ten opzichte van het totaal aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen is gestegen van 8,6% in 2013 naar 10% in 2016 en tot 13,2% in 2023. In absolute cijfers waren er 2.133 landbouwbedrijven die één of meerdere korteketenactiviteiten uitoefenden in 2013. In 2023 steeg dit aantal tot 2.870 landbouwbedrijven, wat een derde meer is ten opzichte van 2013. Het totaal aantal landbouwbedrijven in de periode van 2013 tot 2020 daalde daarentegen van 24.884 tot 21.759, een daling van 3.125 bedrijven (of -12,5%).

Hoeveverkoop is met voorsprong de meest uitgeoefende korteketenactiviteit in 2023. Van alle bedrijven die minstens één korteketenactiviteit uitvoeren, oefent 86% een vorm van hoeveverkoop uit. Zoals eerder vermeld vallen ook zelfplukboerderijen onder de categorie hoeveverkoop, waardoor de bovenstaande percentages niet enkel wijzen op de aanwezigheid van een hoevewinkel maar ook de andere vormen van rechtstreekse verkoop op het landbouwbedrijf zelf. Daarnaast verkoopt bijna 49% van de korte ketenlandbouwers via een tussenschakel (lokale detailhandel, horeca, coöperatieve of andere tussenschakel) en bijna 15% verkoopt landbouwproducten rechtstreeks op de markt. 6% van de bedrijven met korte keten voert een andere korteketenactiviteit uit dan de drie bovengenoemde activiteiten.

44% van de bedrijven met korteketen combineert meerdere korteketenactiviteiten, terwijl 56% van de bedrijven met korteketenactiviteit slechts één specfieke activiteit uitoefent. Bij de bedrijven met slechts één activiteit gaat het bij ruim drie kwart over hoeveverkoop en bij 16% over verkoop via een tussenschakel. Bij de bedrijven die meerdere activiteiten combineren gaat het in in 95% om de combinatie van hoeveverkoop met een of meerdere andere activiteiten. 10% van alle bedrijven met korteketen combineert 3 of meer verschillende activiteiten.

De meeste korteketenbedrijven in 2023 zijn geclassificeerd als akkerbouwbedrijven, met een totaal aantal van 555 bedrijven. Van het totaal aantal bedrijven met korteketenactiviteiten is 19% een akkerbouwbedrijf. Melkvee, vleesvee en sierteelt komen daarnaast het meest voor, met respectievelijk 13%, 10% en 10%. Akkerbouw is echter ook het meest voorkomende bedrijfstype in de totale populatie van landbouwbedrijven, dus zowel van bedrijven met als zonder korteketenactiviteiten. Hierdoor is het logisch dat het bedrijfstype akkerbouw de meeste korteketenbedrijven vertegenwoordigt.

Wanneer we per bedrijfstype kijken hoeveel het aandeel korteketenbedrijven bedraagt, valt op dat voornamelijk de tuinbouw procentueel de meeste korteketenbedrijven bevat. De aandelen van de bedrijfstypes in de tuinbouw variëren tussen 44% en 61% Voorts is 24% van alle bedrijven met het bedrijfstype ‘gemengde gewassen’ een korteketenbedrijf, Varkens (6%), akkerbouw (8%), vleesvee (10%) en pluimvee (11%) scoren lager.

Ruim 10% van de bedrijven met korteketenactiviteiten geven aan dat ze biologisch produceren. Ook hier zijn de hoeveverkoop en de verkoop aan de consument via één tussenschakel veruit de belangrijkste activiteiten.

Jonge bedrijfsleiders doen gemiddeld gezien meer aan korteketenverkoop dan oudere bedrijfsleiders. De meeste bedrijfsleiders in de landbouwsector bevinden zich in de oudere categorieën ‘45-55 jaar’, ‘55-65 jaar’ en ‘ouder dan 65 jaar’. Het aandeel korteketenlandbouwers is echter het hoogst voor de jongere leeftijdscategorieën, ‘jonger dan 35 jaar’ en ‘35-45 jaar’, met respectievelijk 19,9% en 19,0%. Voor de oudere bedrijfsleiders is dit het laagst (6,5%).

De standaardopbrengst (SO) is een criterium om de economische bedrijfsgrootte over alle bedrijfstypes heen in kaart te brengen. Uit onderstaande figuur blijkt dat korteketenactiviteiten verhoudingsgewijs vaker voorkomen op bedrijven met een hogere standaardoutput en het minst vaak bij de bedrijven met de kleinste standaardoutput.

Onderstaande kaart geeft per gemeente het aandeel van de bedrijven weer dat minstens 1 korteketenactiviteit uitoefent. Het aandeel ligt hoger in gemeenten in de buurt van steden (meer klanten in de directe omgeving) of in gemeenten waar vooral bedrijfsspecialisaties (vb. groenten en fruit) voorkomen die vaker korteketenactiviteiten uitoefenen.

Door een aanpassing in de brondata van Statbel zijn de cijfers voor het jaar 2020 aangepast. Zo zakt bijvoorbeeld het aandeel bedrijven dat aan korte ketenverkoop doet van 18,6% naar 12,4%.