In de periode 2021-2025 startten jaarlijks gemiddeld 1.362 bedrijven en waren er jaarlijks 1.856 startende zaakvoerders. In dezelfde periode stopten jaarlijks gemiddeld 1.854 bedrijven en waren er 2.113 stoppende zaakvoerders.

Het aantal bedrijven gekend in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO) met een landbouwactiviteit kent na een lange periode van afname weer een lichte toename sinds 2023. In 2025 zijn er 23.887 bedrijven. Ook het totaal aantal zaakvoerders kent dezelfde evolutie en is de laatste drie jaren toegenomen tot 29.104 in 2025.

Deze indicator geeft de evolutie weer van het aantal startende en stoppende bedrijven en hun zaakvoerders, evenals de totale aantallen per campagne. Voor deze indicator is het nodig om een onderscheid te maken tussen bedrijven en zaakvoerders. Vragen over bijvoorbeeld het aantal akkerbouwbedrijven in een bepaalde provincie hangen immers samen met het bedrijfsniveau, terwijl vragen over het aantal vrouwelijke of jonge bedrijfsleiders gerelateerd zijn aan de zaakvoerder .

In de statistiek voor de bedrijven maken we een onderscheid tussen enerzijds bedrijven die gekend zijn in de KBO (en dus een ondernemings- en btw-nummer hebben) met en zonder een btw-landbouwactiviteit en anderzijds bedrijven die niet gekend zijn in de KBO (‘particulieren’). Men kan de bedrijven indelen volgens rechtsvorm, provincie en bedrijfstype. In de analyse voor zaakvoerders kan men een verdeling maken volgens geslacht en leeftijdsklasse.

Starters en stoppers identificeren we door het eerste en laatste (campagne)jaar te berekenen waarin het klantnummer voorkomt bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. De eerste keer dat het klantnummer opduikt, beschouwen we als het startjaar, de laatste keer als het stopjaar. Voor het meest recente jaar in de analyse is het cijfer van het aantal stoppende bedrijven een voorlopig cijfer, omdat de data van het daaropvolgende jaar nog niet definitief is.

Bedrijven

Voor de analyse gaan we uit van de klanten die gekend zijn bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij (> 2 ha grond, 50 are groeimedium/permanent overkapt, productie van > 300 kg P2O5, mestaanvoer, aangifteplichtige teelten zoals hennep en aardappelpootgoed) en waarvoor de regio Vlaanderen (incl. Brussel) is.

In de periode 2021-2025 is het aantal bedrijven die met een landbouwactiviteit gekend zijn in de KBO met 1,0% gestegen. Deze evolutie is te wijten aan een toename van bedrijven sinds 2023, want in de voorgaande jaren nam het aantal bedrijven met een landbouwactiviteit af. Bij de bedrijven gekend in de KBO zonder landbouwactiviteit zien we na enkele jaren van daling terug een stijging met 4,6%, net als bij de particulieren (+2,2%).

In 2025 is 70% van de ondernemingen die gekend zijn in de KBO met een landbouwactiviteit een eenmanszaak (zelfstandige, onderneming natuurlijke persoon), 24% een rechtsvorm en 6% een vereniging van natuurlijke personen. Bij de bedrijven gekend in de KBO zonder landbouwactiviteit is 57% een eenmanszaak en 42% een rechtsvorm. Bij de particulieren is 99% een natuurlijke persoon of vereniging van natuurlijke personen. De andere 1% zijn samengestelde landbouwers die in de groep particulieren terechtkomen omdat de ‘samengestelde landbouwer’ (in het leven geroepen in het kader van de mestwetgeving) als groepering niet in de KBO geregistreerd kan worden. De onderliggende ‘leden’ van de samengestelde landbouwer kunnen wel gekend zijn in de KBO. De samengestelde landbouwers worden verder afgebouwd.

Binnen de groep bedrijven die gekend zijn in de KBO met en zonder landbouwactiviteit zien we het aandeel rechtsvormen stijgen en het aandeel eenmanszaken langzaam dalen. Bij de bedrijven gekend in de KBO met landbouwactiviteit is het aandeel eenmanszaken teruggelopen van 83% in 2010 tot 70% in 2025. Het aandeel rechtsvormen nam toe van 12% in 2010 tot 24% in 2025. Dat is mede een gevolg van de veranderingen in het economisch recht en de vennootschapswetgeving.

In 2025 heeft 34% van de bedrijven gekend in de KBO met landbouwactiviteit een bedrijfszetel in West-Vlaanderen, 26% in Oost-Vlaanderen, 16% in Antwerpen, telkens 12% in Limburg en Vlaams-Brabant. Van de particulieren komt 25% uit Oost-Vlaanderen, 23% uit Antwerpen, 22% uit West-Vlaanderen, 21% uit Limburg en 9% uit Vlaams-Brabant. Qua bedrijfstype is 28% van de bedrijven met landbouwactiviteit in de KBO een akkerbouwbedrijf, 4% doet aan glastuinbouw, 5% tuinbouw in open lucht, 3% overige tuinbouw, 10% melkvee, 14% vleesvee, 1% gemengd rundvee, 8% overige graasdieren, 9% varkens en pluimvee, 11% zijn gemengde bedrijven en van 8% van de bedrijven kon geen typologie worden berekend. Voor de bedrijven gekend in de KBO zonder landbouwactiviteit kon in 37% van de gevallen geen typologie worden berekend. 27% van de bedrijven zonder landbouwactiviteit heeft een akkerbouwtypologie, 23% overige graasdieren, 4% vleesvee en 5% tuinbouw. Voor de particulieren kunnen we in 47% van de gevallen geen typologie berekenen, omdat ze geen dieren of teelten aangegeven hebben of enkel dieren of teelten waarvoor we geen standaardopbrengst (SO) hebben of die een standaard opbrengst nul hebben. Bij particulieren waarvoor in 2025 wel een typologie kon berekend worden, is dit veelal akkerbouw (31%), overige graasdieren (17%) en vleesvee (2%). 

In de periode 2021-2024 schommelde het aantal starters steeds rond 1.250, terwijl er in 2025 een piek is van 1.836 startende ondernemingen. In de periode 2021-2025 is gemiddeld 49% gekend in de KBO met een landbouwactiviteit en 25% zonder landbouwactiviteit. Gemiddeld 25% van de starters zijn particulieren. De uitschieter aan starters bij particulieren in 2012 kunnen we verklaren doordat vanaf dat jaar de subsidieaanvragen voor hoogstambomen via de verzamelaanvraag verliepen. Heel wat particulieren werden toen geregistreerd om deze subsidie te kunnen ontvangen. In 2025 trad het pensioencriterium voor de actieve landbouwer in werking. Dit heeft een invloed op het aantal landbouwbedrijven in de statistieken. Door dit criterium werden veel landbouwbedrijven volledig overgenomen. Wanneer daarbij een nieuw KBO-nummer wordt toegekend, wordt het overgenomen bedrijf als een nieuwe starter geregistreerd, terwijl het oorspronkelijke bedrijf als stopper wordt beschouwd. Een aanzienlijk deel van deze nieuwe bedrijven koos bovendien voor de rechtsvorm "vereniging van natuurlijke personen".

In 2025 startten 1.096 bedrijven gekend in de KBO met landbouwactiviteit, 321 bedrijven gekend in de KBO zonder landbouwactiviteit, 414 particulieren en 5 buitenlandse ondernemingen. Van alle starters in 2025 is 32% een eenmanszaak, 25% een rechtsvorm, 23% een natuurlijke persoon en 20% een vereniging van natuurlijke personen. Van de startende bedrijven gekend in de KBO met een landbouwactiviteit startte 32% zijn bedrijf in West-Vlaanderen, 24% in Oost-Vlaanderen, 15% in Antwerpen, 15% in Vlaams-Brabant en 13% in Limburg. Bij deze starters met landbouwactiviteit ging 43% van start in een gespecialiseerde plantaardige sector (33% akkerbouw en 10% tuinbouw), 34% in een gespecialiseerde dierlijke sector (23% rundvee, 5% overige graasdieren, 4% varkens of pluimvee en 2% andere veeteeltcombinaties) en 12% als gemengd bedrijf. Van 11% kon er geen typologie berekend worden. Bij de bedrijven die in de KBO gekend zijn zonder landbouwactiviteit hebben 11% van de starters in 2025 een akkerbouwtypologie en 9% een graasdierentypologie. Voor 75% van deze starters zonder gekende landbouwactiviteit in de KBO was het niet mogelijk om een typologie te bepalen. Bij de particulieren startte in 2025 53% in de akkerbouw en 8% in de graasdierensector (1% vleesvee en 7% overige graasdieren). Bij 39% van de particulieren kon geen typologie berekend worden. Het is vaak moeilijk om een typologie te berekenen bij starters omdat de startdatum soms na de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag ligt en we in dat geval voor het startjaar geen info hebben voor de typologieberekening.

Wat de stoppers betreft, zijn er grotere schommelingen in de aantallen. Meestal om de 4 jaar doet het Agentschap Landbouw en Zeevisserij immers een opruimactie in de databanken, waarbij bepaalde klanten die de voorbije jaren geen handelingen meer hadden met het agentschap ambtshalve worden stopgezet. Dit verklaart de pieken in 2013, 2017 en 2021. In 2025 heeft er geen opruimactie plaatsgevonden. Uit de grafieken blijkt dat vooral particulieren ambtshalve worden geschrapt. 

In 2025 stopten 1.145 bedrijven die gekend zijn in de KBO met landbouwactiviteit, 323 bedrijven zonder landbouwactiviteit, 415 particulieren en 7 buitenlandse ondernemingen. Van de stoppende bedrijven met landbouwactiviteit waren 87% eenmanszaken, 9% rechtsvormen en 4% verenigingen van natuurlijke personen. Verdelen we deze stoppers met landbouwactiviteit volgens provincie, dan vinden we 37% van hen in West-Vlaanderen, 24% in Oost-Vlaanderen, 16% in Antwerpen, 12% in Vlaams-Brabant en 10% in Limburg. 28% van de stoppende bedrijven gekend in de KBO met landbouwactiviteit was een gespecialiseerd akkerbouwbedrijf, 5% een gespecialiseerd tuinbouwbedrijf en 26% een gespecialiseerd veeteeltbedrijf (18% graasdieren, 6% varkens en pluimvee en 2% andere veeteeltcombinaties). 5% was een gemengd bedrijf en bij 36% kon geen typologie bepaald worden. Bij de particulieren vinden we 42% van de stoppers in West-Vlaanderen, 20% in Oost-Vlaanderen, 17% in Antwerpen, 14% in Limburg en 7% in Vlaams-Brabant. Bij de stoppende particulieren waarvan een typologie kon berekend worden, ging het vooral om stopzettingen in de akkerbouwsector en de varkens- en pluimveesector.

Zaakvoerders

Voor deze analyse wordt gekeken naar de juridisch verantwoordelijken ongeacht of deze Vlaming, Waal of buitenlander zijn. We benoemen ze hier met de term ‘zaakvoerders’. In geval van particulieren en eenmanszaken is dat een natuurlijke persoon. In de meeste gevallen zijn het bedrijf en de zaakvoerder gelijk. Bij rechtsvormen is het ingewikkelder. In de meeste gevallen is het aantal verantwoordelijken vrij beperkt. Bij bepaalde rechtsvormen, zoals een vzw of een nv, wordt de volledige Raad van Bestuur beschouwd als zaakvoerder. Bij grote vzw’s of nv’s kan dat oplopen tot 30 bestuurders. Aangezien herbenoemingen vrij makkelijk gebeuren, kan het lijken alsof er veel startende en stoppende zaakvoerders zijn terwijl er in de praktijk bij het bedrijf weinig verandert. In de statistiek voor zaakvoerders maken we een verdeling volgens geslacht van de zaakvoerder en leeftijdsklasse. Er wordt onderscheid gemaakt tussen zaakvoerders van bedrijven gekend in de KBO met en zonder landbouwactiviteit en particulieren.    

Het invoeren van het pensioencriterium heeft ook gevolgen voor de statistieken over zaakvoerders. Om aan de voorwaarden voor een actieve landbouwer te voldoen, stelden sommige landbouwbedrijven bijkomende jongere, niet pensioengerechtigde zaakvoerders aan, terwijl de bestaande zaakvoerder actief bleef. Hierdoor stijgt het aantal geregistreerde zaakvoerders zonder dat dit noodzakelijk wijst op een toename van het aantal landbouwbedrijven.

In 2025 waren er ca. 44.00 zaakvoerders voor in totaal 36.426 bedrijven of gemiddeld 1,21 zaakvoerders per bedrijf. We zien het gemiddeld aantal zaakvoerders per bedrijf doorheen de tijd toenemen: in 2010 was dit nog 1,10. Van alle bedrijfsleiders in 2025 is 75% een man, het aandeel vrouwen stijgt van 18% in 2010 naar 23% in 2025.

In de periode 2020-2025 waren er jaarlijks gemiddeld 1.675 startende zaakvoerders. In 2025 is 46% van de startende zaakvoerders jonger dan of gelijk aan 40 jaar, 8% is ouder dan 65 jaar. Ongeveer 55% van de starters zijn mannen en 40% vrouwen (bij 5% is het geslacht niet gekend). Tevens waren er in de periode 2020-2025 jaarlijks gemiddeld 1.920 zaakvoerders die stoppen. In 2024 is 54% van de stoppende zaakvoerders ouder dan 65 jaar en 7% jonger dan of gelijk aan 40 jaar. Circa 70% van de stoppers zijn mannen en 27% vrouwen (3% niet gekend).

Dit is een Vlaamse openbare statistiek: Startende en stoppende landbouwbedrijven.