De landbouwconjunctuurindex daalt verder in deze voorjaarsenquête. Zowel de tevredenheid over de afgelopen zes maanden als de verwachtingen voor de komende periode nemen verder af.

In het voorjaar van 2026 is de conjunctuurindex gedaald van 86 naar 75. De tevredenheid over de voorbije zes maanden zakte van 91 naar 74, terwijl het toekomstperspectief amper daalde, van 80 naar 77.

De afgelopen maanden werden gekenmerkt door verschillende geopolitieke spanningen, waaronder de aanhoudende oorlog in Oekraïne, de Amerikaanse invoertarieven en recent ook het escalerende conflict in Iran. Deze ontwikkelingen hebben zichtbaar invloed op de wereldwijde energieprijzen en lijken bovendien een belangrijke rol te spelen in het gedaalde vertrouwensniveau bij onze land- en tuinbouwers.

De conjunctuurindex weerspiegelt het sentiment onder landbouwers: hoe beoordelen zij de afgelopen periode en wat verwachten zij van de toekomst? De index varieert van 0 (alle landbouwers zeer negatief) tot 200 (alle landbouwers zeer positief). Een waarde van 100 betekent dat er evenveel positieve als negatieve antwoorden zijn.

Deze resultaten zijn gebaseerd op een enquête die tweemaal per jaar wordt afgenomen bij deelnemers van het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN) van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. De resultaten zijn geëxtrapoleerd naar de volledige landbouwpopulatie. In maart 2026 namen 485 landbouwers deel aan de enquête.

Met uitzondering van de varkenssector laten alle landbouwdeelsectoren een daling optekenen. De Belgische aardappelmarkt staat sterk onder druk door een aanzienlijke voorraad vrije aardappelen, wat de prijsvorming bemoeilijkt. Ook de melkvee-index gaat fors achteruit. Na een uitzonderlijk sterke periode zorgen de recent dalende melkprijzen voor een duidelijke terugval in vertrouwen binnen de sector.

Binnen de tuinbouwsector laten enkel de glasgroenten een stijging optekenen. Alle andere subsectoren kennen een vrij uitgesproken daling. Bij de groenten in openlucht verliepen de contractonderhandelingen bijzonder moeizaam, omdat de voorgestelde prijzen en volumes aanzienlijk lager lagen dan gebruikelijk.

De afgelopen zes maanden hebben 78% van de land- en tuinbouwers belemmeringen ervaren. Zoals gebruikelijk in de voorjaarsenquête namen de problemen door weersomstandigheden aanzienlijk af (15%).

Overheidsbeperkingen vormen de grootste uitdaging (47%) en worden vooral gemeld binnen de dierlijke sectoren. Hier speelt ongetwijfeld het stikstofdecreet een grote rol en de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van individuele bedrijven. Daarnaast dragen de strengere bemestingsregels van het mestactieplan (MAP 7) en de bijbehorende administratieve lasten hieraan bij. De sector groenten onder glas ondervond het minst beperkingen van overheidswege.

Ook de meldingen van afzetproblemen ligt bij deze bevraging hoger dan anders. Deze werden vooral genoteerd bij de sectoren groenten in openlucht (64%), sierteelt onder glas (50%) en fruitteelt (46%), wat ook aansluit bij de daling van de conjunctuurindex van deze sectoren.

Ook de melding van financiële problemen lagen wat hoger dan in vorige vijf bevragingen, met de hoogste meldingen in de sectoren varkens (34%), sierteelt (31%) en vleesvee (28%). Slechts 6% van de fruittelers melden financiële problemen.

Dier of plantziektes werd het meest aangegeven door de vleesveehouders (29%), gevolgd door sierteelt onder glas (24%).

Het aandeel land- en tuinbouwers dat het komende jaar investeringen plant, daalt tot 36%. De investeringsplannen richten zich vooral op gebouwen en installaties (24%). Werktuigen en machines blijven het tweede belangrijkste investeringsdomein, maar dalen voor het tweede jaar op rij tot 16%. Verder overweegt 11% van de bedrijven te investeren in grond, terwijl slechts 3% plannen heeft rond productie- en leveringsrechten.