De zesmaandelijkse landbouwconjunctuurindex daalt in het najaar van 2021 licht. De tevredenheid over de voorbije zes maanden stijgt weliswaar, maar het optimisme voor de komende zes maanden neemt duidelijk af. 

De landbouwconjunctuurindex daalt in het najaar van 2021 licht van 82 naar 79. De tevredenheid over de voorbije zes maanden steeg van 71 naar 78. Het optimisme voor de komende zes maanden daalt daarentegen van 93 naar 80. 

De conjunctuurindex geeft het gevoel van de landbouwers weer: hoe beschouwen ze de afgelopen periode en wat verwachten ze van de toekomstige periode? De conjunctuurindex kan gaan van 0 (alle landbouwers zeer negatief) tot 200 (alle landbouwers zeer positief). Bij een waarde van 100 zijn er evenveel negatieve als positieve antwoorden. 

Deze resultaten zijn gebaseerd op een enquête die twee maal per jaar wordt afgenomen bij de deelnemers van het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN) van het Departement Landbouw en Visserij. De resultaten van de enquête werden geëxtrapoleerd naar de totale landbouwpopulatie. 

Zoals gewoonlijk gaat er achter de algemene cijfers een grote variatie schuil.

Op de varkenssector na gaan alle deelsectoren in de landbouw erop vooruit: akkerbouw; melkvee en vleesvee. De varkenssector vertoonde in het verleden wel vaker abrupte evoluties, maar deze keer daalt de sector tot het diepste punt sinds de start van de enquêtes in 2007. De branche verkeert in een crisis door de slechte prijsvorming bij varkensvlees en de hoge kosten van het veevoeder. De marges voor de varkenshouder liggen op het laagste niveau van de laatste tien jaar. 

De index voor de groentesector kent zowel voor openluchtgroenten als voor groenten onder glas een lichte daling. Hiermee blijven de waarden voor deze subsectoren op een laag niveau acteren. Fruiteelt lijkt zich te herstellen en vertoont de hoogste waarde sinds 2013. Ook voor sierteelt blijft de index op een hoog niveau evolueren.

Meer land- en tuinbouwers ondervonden in het najaar van 2021 de afgelopen zes maanden belemmeringen. Het aandeel stijgt van 71% naar 81%. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van meer belemmeringen door weersomstandigheden, zijnde de natte en kille zomer, maar ook de late voorjaarsvorst. Opvallende daler is de melding van afzetproblemen, die het laagste getal noteert sinds het begin van deze telling.