Vlaamse landbouwpercelen kunnen ingedeeld worden naargelang hun erosiegevoeligheidsklasse. Ruim 6% van de percelen kennen een hoog of zeer hoog risico op erosie. Het effectief optreden van erosie wordt daarnaast ook beïnvloed door de bodembedekking tijdens periodes met veel neerslag. Via ecoregelingen worden landbouwers gestimuleerd om maatregelen te nemen om erosie te beperken. 

Bodemerosie is het proces waarbij de vruchtbare bovenlaag van de bodem (teelaarde) verloren gaat, wat leidt tot een vermindering van de bodemvruchtbaarheid en opbrengsten op lange termijn. Het Vlaamse landbouwareaal is ingedeeld in zes erosiegevoeligheidsklassen op basis van hellingsgraad, hellingslengte en bodemtype. Deze indeling maakt het mogelijk om gebieden met een verhoogd risico op bodemerosie te identificeren. De erosiegevoeligheidsklassen zijn:

  • Zeer hoog (paars)
  • Hoog (rood)
  • Medium (oranje)
  • Laag (geel)
  • Zeer laag (lichtgroen)
  • Verwaarloosbaar (donkergroen)

Het overgrote deel van het Vlaamse Landbouwareaal valt onder erosieklasse donkergroen (45%) of lichtgroen (32%). Slechts een kleine 7% van het areaal is ingekleurd als rood of paars. Door de toename van korte, intense regenbuien treedt erosie steeds vaker op, zelfs op licht hellende percelen. 

Landbouwers kunnen de erosieklasse van hun perceel met één klasse verlagen als het organisch koolstofgehalte minstens 1,7% bedraagt en de pH-waarde binnen de optimale zone ligt. 

Het erosierisico hangt niet alleen af van de bodemkenmerken, maar ook van het type teelt. In Vlaanderen onderscheiden we vier teeltcategorieën die elk een verschillende mate van bodembedekking bieden: 

  • Zomerteelten – zoals suikerbieten, maïs, groenten en ruggenteelten. Deze worden ingezaaid na 1 januari, waardoor de teelt in de meest gevoelige periode (= voorjaar, periode met meest intense regenbuien) de bodem weinig of niet bedekt. Dit verhoogt het erosierisico als er geen extra maatregelen genomen worden, zeker op hellende percelen.
  • Winterteelten – zoals wintergranen. Deze worden vóór 1 januari ingezaaid en waardoor de teelt in de meest gevoelige periode de bodem al meer bedekt, wat het risico op erosie beperkt.
  • Meerjarige teelten – zoals fruitteelt en boomkwekerij. Deze teelten hebben een vaste structuur, maar de mate van bodembedekking varieert afhankelijk van de teeltwijze en het seizoen. Ook hier geldt dat teelten met een lage bodembedekkingsgraad in de meest gevoelige periode een grote kans op erosie hebben als er geen afdoende extra maatregelen genomen worden.  
  • Teelten met jaarrond bedekking – zoals grasland. Deze bieden het hele jaar door een volledige bodembedekking en vormen daardoor een zeer effectieve bescherming tegen erosie. 

Onderstaande figuur toont het aandeel van de vier teeltcategorieën in het Vlaams landbouwareaal, gebaseerd op de verzamelaanvraag uit 2024. 

Onderstaande figuur geeft aan in welke mate verschillende teeltcategorieën voorkomen binnen elke erosieklasse.  

Percelen met een hoge (rood) of zeer hoge (paars) erosiegevoeligheid waarop zomerteelten staan (respectievelijk 2,34% en 0,2% van het Vlaamse landbouwareaal) lopen het grootste risico op erosie, omdat deze in het voorjaar tijdens periodes van hevige regenval weinig of niet bedekt zijn. Op percelen met een hoge (rood) of zeer hoge (paars) erosiegevoeligheid zijn bepaalde maatregelen verplicht. Afhankelijk van de teeltcategorie en de mate van erosiegevoeligheid moet gekozen worden uit verschillende maatregelpakketten. Voor meer info zie de conditionaliteiten rond erosie

Via onderstaande kaart kan u een of meerdere erosieklassen en teeltcategorieën selecteren, de kaart toont dan het aandeel van deze combinaties ten opzichte van de totaal gemeentelijk aangegeven landbouwoppervlakte. Vanzelfsprekend komen de percelen met een verhoogd erosierisico (zomerteelt op rode of paarse percelen) voor in de heuvelachtige streken in Zuid-Vlaanderen.  

Naast verplichte maatregelen in percelen met een hoge of zeer hoge erosieklasse (conditionaliteiten) bestaan voor percelen met een lagere erosiegevoeligheid ook ecoregelingen die de landbouwer een extra vergoeding opleveren. Ecoregelingen die direct inspelen op erosiebestrijding zijn: 

  1. Aanleg van drempels tussen de ruggen bij ruggenteelten – dit helpt om afspoeling van water en sediment te vertragen.
  2. Niet-kerende bodembewerking met bodembedekking – deze techniek bevordert de bodemstructuur en behoudt meer gewasresten waardoor de kracht van de regen op de bodemstructuur minder intens is. Hierdoor worden bodemverliezen gereduceerd en de snelheid van het afstromend water wordt verlaagd. Het water kan beter infiltreren wat zorgt voor een verminderde uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen.
  3. Grasbufferstrook erosie - een strook gras die wordt aangelegd op de perceelsrand van een akker, dwars of schuin op de richting van het afstromend water, om sediment op te vangen en waterinfiltratie te bevorderen. 

Onderstaande kaart toont de oppervlakte landbouwgrond per gemeente waarvoor de geselecteerde ecoregeling werd aangevraagd.

Alle gegevens voor deze indicator zijn gebaseerd op de verzamelaanvraag van 2024. Percelen zonder erosiegevoeligheidsklasse worden aangegeven als 'Empty'. Niet productief areaal (zoals vb. stallingen, houtkanten,...) worden bij soort teelt weergegeven als 'Empty'.