Dat de landbouwer geen ongevaarlijk beroep heeft, blijkt uit de cijfers: jaarlijks zijn er gemiddeld iets meer dan 370 arbeidsongevallen op de Vlaamse landbouwbedrijven. Het merendeel (82%) is zonder blijvende gevolgen. Om de paar jaar valt er jammer genoeg ook een dodelijk slachtoffer.

In 2020 zijn er 378 ongevallen geregistreerd. 127 daarvan waren zonder gevolg en in 171 gevallen was de werknemer tijdelijk arbeidsongeschikt. In 79 gevallen had het ongeval een blijvende onbeschikbaarheid tot gevolg. Het betreft hier enkel de ongevallen waarbij een vaste werknemer is betrokken. Ook viel er 1 dodelijk slachtoffer te betreuren. Ongevallen met de bedrijfsleider zelf of met een seizoensarbeider zijn niet opgenomen in de cijfers.

Voor de opdeling in oorzaak wordt de taxonomie van Fedris gebruikt. Over de hele periode 2015-2020 beschouwd, is in ongeveer een kwart van alle ongevallen het verlies van controle over een machine, vervoermiddel, gereedschap, voorwerp of dier de belangrijkste oorzaak. Uitglijden of struikelen en bewegingen doen zonder fysieke belastingen (zoals een 'verkeerde beweging') zijn beide goed voor bijna 20% van alle ongevallen. 

Uit de brondata blijkt ook dat in 14% van de ongevallen een machine of vervoermiddel is betrokken en dat in 7% van de gevallen een dier is betrokken.

Ruim driekwart van alle ongevallen gebeurt op de onderneming zelf of op een vestiging ervan. 12% van de ongevallen vindt plaats op de openbare weg, waarvan het overgrote deel niet als een verkeersongeval wordt beschouwd. De resterende 11% van de ongevallen gebeurt op een andere plaats.

Bijna één derde (31%) van de ongevallen vindt plaats in de provincie Antwerpen, bijna een kwart (24%) in de provincie West-Vlaanderen, een vijfde in Oost-Vlaanderen en 17% in Limburg. Vlaams-Brabant sluit de rij met 8% van de arbeidsongevallen.

De gegevens  zijn afkomstig van het Federaal Agentschap voor Beroepsrisicio’s (FEDRIS). FEDRIS baseert de cijfers van arbeidsongevallen in de privésector op door verzekeringsondernemingen gemelde cases. Deze gegevens bevatten echter enkel de arbeidsongevallen van de werknemers. 

De ongevallen van de bedrijfsleiders in de land- en tuinbouwsector maken in het geval van (al dan niet tijdelijke) ongeschiktheid deel uit van de statistieken van het RIZIV. Het RIZIV heeft echter geen informatie over de oorzaak van de ongeschiktheid, noch over de sector waarin de bedrijfsleider werkt, waardoor bovenstaande cijfers slechts een partieel beeld geven.