Vlaamse landbouw in 10 cijfers
1. Waar ligt landbouw in Vlaanderen?
Landbouw is overal in Vlaanderen aanwezig, maar het economische zwaartepunt ligt in een aantal duidelijk afgebakende regio’s, zoals West‑Vlaanderen, het noorden van Oost‑Vlaanderen, de regio rond Sint‑Katelijne‑Waver en de Noorderkempen. Daar vind je veel varkens- en kippenbedrijven, melkveehouderij en glastuinbouw. Meer weten?
2. Minder landbouwbedrijven
Als we terugkijken naar de jaren 1980, waren er nog meer dan 75.000 landbouwbedrijven in Vlaanderen. Vandaag zijn dat er veel minder. In 2025 telde Vlaanderen 21.069 landbouwbedrijven, waarvan ongeveer driekwart beroepsmatig. Dat is 12% minder dan tien jaar geleden. De daling is al decennia bezig. Hoe komt dat? Bedrijven stoppen omdat er geen opvolger is, of ze breiden uit om groter en efficiënter te worden en de investeringen te kunnen dragen. Meer weten?
3. Biologische landbouw groeit
Biologische landbouw is populairder dan vroeger. Eind 2025 waren er 639 biobedrijven. Dat is 3% van alle landbouwbedrijven. Het bioareaal is 10.483 hectare, ongeveer 1,7% van alle landbouwgrond. Dat lijkt weinig, maar het aandeel groeit elk jaar. Meer weten?
4. Sterke specialisatie
De meeste Vlaamse landbouwbedrijven kiezen één hoofdactiviteit. 44% doet aan veeteelt (dieren), 34% aan akkerbouw (gewassen zoals aardappelen en graan), en 13% aan tuinbouw (groenten, fruit, bloemen). Gemengde bedrijven zijn vrij zeldzaam. Specialisatie De specialisatie van een bedrijf wordt vastgesteld rekening houdend met het relatieve aandeel van de verschillende producties in de totale standaard output van het bedrijf. Meer info maakt bedrijven efficiënter, maar ook afhankelijk van één markt. Een varkensbedrijf is bijvoorbeeld gevoelig voor prijsschommelingen en exportbeperkingen. Meer weten?
5. Hoeveel dieren?
De Vlaamse veestapel is groot en divers. In 2025 telde Vlaanderen 47,4 miljoen stuks pluimvee, waarvan het grootste deel vleeskippen zijn. Op lange termijn is hier een duidelijke stijging merkbaar, zowel bij vleeskippen als bij legkippen. Daarnaast zijn er 4,9 miljoen varkens, maar die aantallen dalen al enkele jaren door strengere milieuregels. Bij runderen zien we een ander beeld: de melkveestapel groeit verder. Ten opzichte van 2013 is het aantal melkkoeien met 16% toegenomen, terwijl vleesvee daarentegen met 36% is gedaald. Deze evoluties tonen dat dierlijke productie belangrijk blijft in Vlaanderen, maar dat de samenstelling van de veestapel verandert. Meer weten?
6. Wat groeit er op onze landbouwgrond?
In 2025 bewerkte de Vlaamse land- en tuinbouw 613.811 hectare, goed voor 45% van de totale Vlaamse grondoppervlakte. De totale landbouwoppervlakte is in tien jaar tijd licht gestegen, maar tegelijk verdwijnt er ook kostbare landbouwgrond. Dat heeft gevolgen: niet alleen is er minder ruimte voor productie, maar de grond die overblijft wordt ook duurder. Boeren moeten steeds meer investeren om grond te kopen of te huren, wat de druk op hun bedrijf vergroot.
Op het landbouwareaal groeit vooral veevoer: 54% van de landbouwgrond wordt gebruikt voor voedergewassen zoals maïs en gras. Op de tweede plaats staan graangewassen (20%). Daarna volgen aardappelen, groenten, suikerbieten en fruit. Aardappelen zijn belangrijk voor de exportgerichte Vlaamse frietindustrie, terwijl suikerbieten sterk zijn teruggevallen sinds de Europese suikerhervorming. Het groenteareaal is de voorbije jaren toegenomen. Meer weten?
7. Wie is de landbouwer?
De gemiddelde Vlaamse landbouwer is 56 jaar. Bijna 21% van de bedrijfsleiders is een vrouw. Dat aandeel neemt jaarlijks licht toe. Het aandeel jonge boeren daalt over de jaren heen, terwijl het aantal oudere boeren toeneemt. Dat is een uitdaging: wie neemt de bedrijven over? Meer weten?
8. Hoe blijven landbouwbedrijven leefbaar?
Landbouw staat onder druk door schommelende prijzen, hoge kosten voor machines en stallen, en strengere milieuregels. We zien dat bedrijven zich hier proberen tegen te wapenen via:
Schaalvergroting. Het aantal bedrijven daalt, maar de overblijvende bedrijven worden groter. In 2025 bewerkte een gemiddeld bedrijf 29,1 hectare, 15% meer dan tien jaar geleden. Grotere bedrijven kunnen efficiënter werken en investeren in moderne technologie. Ze kunnen ook gemakkelijker produceren voor de wereldmarkt. Meer weten?
Verbreding. Boeren starten extra activiteiten naast de klassieke landbouw. Een bekend voorbeeld is korte keten: producten rechtstreeks verkopen aan consumenten via hoevewinkels, automaten of groenteabonnementen. In 2023 deed 13,2% van de bedrijven aan korte keten, de helft meer dan in 2013. Zo krijgen boeren een betere prijs en meer contact met de klant. Andere vormen van verbreding zijn zorgboerderijen, educatieve activiteiten en toerisme. Deze initiatieven zorgen voor extra inkomsten en maken bedrijven minder afhankelijk van de wereldmarkt. Meer weten?
9. Hoe belangrijk is steun voor het landbouwinkomen?
Landbouwers krijgen rechtstreekse steun De inkomenssteun die de landbouwers ontvangen uit de eerste pijler van het Europese landbouwbeleid (= markt- en inkomenssteun). Het gaat om een basinkomenssteun, een betaling voor jonge landbouwers, een hervormde steun voor zoogkoeienhouderij, een herverdelende betaling en ecoregelingen. Meer info om de inkomensstabiliteit te bevorderen. Die steun is gekoppeld aan voorwaarden rond milieu, klimaat, natuur en dierenwelzijn en fungeert zo als een inkomensvangnet én als compensatie voor extra maatschappelijke eisen.
Voor de Vlaamse landbouw als geheel bedraagt de rechtstreekse steun gemiddeld 17,4% van het bedrijfsinkomen Het bedrijfsinkomen is wat overblijft voor de vergoeding van de inzet van de eigen (aangerekende) productiefactoren: grond, bedrijfskapitaal en arbeid. Meer info . Dat aandeel verschilt sterk tussen deelsectoren: in sommige speelt steun een beperkte rol, terwijl ze in andere cruciaal is voor de leefbaarheid. Meer weten?
10. Opvolging blijft moeilijk
Slechts 14% van de landbouwers ouder dan 50 jaar heeft een vermoedelijke opvolger. Dat betekent dat bijna negen op de tien bedrijven geen zekerheid hebben over wie het werk voortzet. Dat verschilt sterk per sector: melkveebedrijven hebben vaker een opvolger, terwijl varkensbedrijven en akkerbouwbedrijven het moeilijker hebben. De opvolging stelt vooral problemen bij de kleinere bedrijven. Meer weten?
Verder aan de slag met landbouwcijfers
De cijferwebsite bundelt meer dan 300 indicatoren over de Vlaamse landbouw en visserij. Via onze wegwijspagina leggen we uit hoe je figuren kan aanpassen, data kan downloaden en cijfers correct kan interpreteren.