De landbouwsector is sterk afhankelijk van het weer. Hoewel de jaren 2023 tot en met 2025 gemiddeld bijna even heet waren, verschilden ze sterk in neerslag en zonneschijn. 2023 kende onder meer een ongebruikelijke hittegolf in september. 2024 was uitzonderlijk nat en somber, terwijl 2025 werd gekenmerkt door een langdurige droogte.

De landbouwsector is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Gewassen en dieren hebben op regelmatige tijdstippen voldoende water nodig, terwijl zonlicht essentieel is voor de fotosynthese. Ongunstige omstandigheden, zoals vorst, zonnebrand, hagel of storm, kunnen een oogst in korte tijd volledig vernietigen. Bij overvloedige neerslag spoelen nutriënten uit de bodem weg en wordt het moeilijk om met zware landbouwmachines het land te betreden. Tijdens droge periodes treden in vele teelten groeistress en kwaliteitsverlies op en verhoogt bijvoorbeeld het risico op stootblauw bij het rooien van aardappelen.

Bovendien nemen extreme weersomstandigheden, zoals langdurige droogte en overvloedige neerslag op korte termijn, de laatste jaren merkbaar toe, wat de landbouw nog kwetsbaarder maakt.

Alle onderstaande cijfers zijn afkomstig van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) en gebaseerd op waarnemingen in het weerstation van Ukkel. Tot 2020 gelden de normalen van de periode 1981-2010, vanaf 2021 de normalen van de periode 1991-2020. De eerste figuur geeft temperatuur, neerslag en zonneschijnduur gecombineerd weer. In de volgende figuren worden deze variabelen afzonderlijk voorgesteld. In de bespreking focussen we op de drie meest recente jaren. Onder de eerste figuur kan je de volledige dataset downloaden die gebruikt werd om de figuren te genereren. 

Combinatie temperatuur, neerslag en aantal uren zonneschijn

Het is waardevol om de combinatie van temperatuur, neerslag en zonneschijn in samenhang te bekijken. Die drie factoren bepalen immers in sterke mate de groeiomstandigheden voor landbouwgewassen. Een warme, droge zomer leidt tot groeivertraging door waterstress. Een warme, natte zomer creëert dan weer gunstige omstandigheden voor schimmelziekten en andere plagen. Zonneschijn is essentieel voor de fotosynthese, maar een overdaad kan zonnebrand veroorzaken.

2023 was bijna even warm als de recordjaren 2020 en 2022, maar kende meer neerslag en minder zonuren. 2024 was warm, uitzonderlijk nat en bijzonder somber. De zeer vochtige omstandigheden veroorzaakten onder meer een grote slakkenplaag. 2025 was dan weer zeer warm en zonnig, met een langdurige droogteperiode, die de landbouw zwaar onder druk zette.

Gemiddelde temperatuur

Voor de huidige referentieperiode 1991‑2020 bedraagt de normale gemiddelde temperatuur in Ukkel 11,0°C. In onderstaande figuren (jaar‑ en maandgegevens) kan daarnaast ook de referentieperiode 1981‑2010 geselecteerd worden. In de figuur met maandgegevens is het bovendien mogelijk om zelf een referentieperiode te selecteren; het bijhorende gemiddelde wordt dan automatisch berekend.

In 2023 bedroeg de gemiddelde temperatuur 12,1°C, slechts een tiende graad lager dan de recordjaren 2020 en 2022. Vooral juni en september sprongen eruit, met respectievelijk 20,3°C en 18,8°C als gemiddelde temperatuur. Er werd een eerste hittegolf geregistreerd van 8 tot 17 juni. Bovendien vond er, voor het eerst sinds 1892, ook een hittegolf in september plaats (van 4 tot 11 september).

In 2024 bedroeg de gemiddelde temperatuur 11,9°C. Met uitzondering van juni lag de gemiddelde temperatuur in elke maand op of boven de normale waarde. Februari werd bijzonder uitzonderlijk: met 8,3°C werd een nieuw maandrecord gevestigd sinds het begin van de metingen in 1833. In 2024 werd echter geen enkele hittegolf geregistreerd.

In 2025 bedroeg de gemiddelde temperatuur 12,0°C. Met uitzondering van januari lagen alle maanden boven de normale waarde. Tijdens de zomer waren juni, juli en augustus bijzonder warm, telkens met een gemiddelde temperatuur rond 19,3°C. Er werden twee hittegolven geregistreerd: van 28 juni t.e.m. 2 juli en van 10 t.e.m. 15 augustus.

Totale neerslag

Voor de huidige referentieperiode 1991‑2020 bedraagt de normale jaarlijkse neerslaghoeveelheid in Ukkel 837 liter/m². In onderstaande figuren (jaar‑ en maandgegevens) kan daarnaast ook de referentieperiode 1981‑2010 geselecteerd worden. In de figuur met maandgegevens is het bovendien mogelijk om zelf een referentieperiode te selecteren; het bijhorende gemiddelde wordt dan automatisch berekend.

In 2023 viel er in totaal 1.011 liter/m² neerslag. De natste maanden waren maart, juli en november. Februari was daarentegen uitzonderlijk droog. Opvallend is dat er tussen 16 mei en 16 juni geen druppel regen viel.

Met 1.171 liter/m² was 2024 het natste jaar ooit sinds het begin van de waarnemingen in 1833. Met uitzondering van december lagen alle maanden boven de normale neerslaghoeveelheid. Augustus was veel natter dan gemiddeld, met 153 liter/m² neerslag. Op 9 juli werd in Ukkel zelfs 41,8 liter/m² op één dag geregistreerd.

Na het extreem natte 2024 viel er in 2025 bijna de helft minder neerslag: 621 liter/m². Dat is de laagste jaarneerslag sinds 2005. Januari begon uitzonderlijk nat met 154 liter/m², maar in maart viel er amper 8 liter/m² regen. De droogte hield bovendien zeer lang aan: van februari tot september, met enkel juli als een maand die enigszins normaal uitviel. Ook het aantal regendagen lag in 2025 merkbaar lager.

Aantal uren zonneschijn

Het aantal uren zonneschijn wordt gemeten met een automatische actinometer. De drempelwaarde voor het registreren van zonneschijnduur bedraagt 120 W/m².

Voor de huidige referentieperiode 1991‑2020 ligt de normale jaarlijkse zonneschijnduur in Ukkel op 1.603 uur en 43 minuten. In onderstaande figuren (jaar‑ en maandgegevens) kan daarnaast ook de referentieperiode 1981‑2010 geselecteerd worden. In de figuur met maandgegevens is het bovendien mogelijk om zelf een referentieperiode te selecteren; het bijhorende gemiddelde wordt dan automatisch berekend.

In 2023 werden 1.610 zonuren geregistreerd. De maanden februari, mei, juni en september waren zonniger dan normaal. Vooral juni sprong eruit: met 308 zonuren werd het de zonnigste junimaand sinds het begin van de waarnemingen in 1887.

Met 1.368 zonuren was 2024 het derde somberste jaar binnen de referentieperiode 1991‑2020. Alleen januari en augustus kenden meer zonuren dan normaal; de overige maanden waren duidelijk somberder dan gemiddeld.

In 2025 werden 1.841 zonuren opgetekend, wat het jaar uitzonderlijk zonnig maakt. Vooral april was opvallend helder: die maand haalde evenveel zonuren als juni, wat uitzonderlijk is. Oktober daarentegen was zeer somber, met opvallend weinig zonneschijn. Ook januari lag onder het normale niveau.