Visquota
Kruimelpad
De Belgische commerciële vissersvloot heeft tientallen quota voor verschillende vissoorten, verspreid over verschillende visserijgebieden, ter beschikking. Door quota-uitwisselingen met andere EU-landen kan de Belgische visserij het hele jaar door vissen op de gewenste doelsoorten.
Elk jaar in december bepaalt de Raad van Europese visserijministers de vangstmogelijkheden, uitgedrukt in totaal toegestane vangsten en quota, voor het komende jaar. De beslissing is gebaseerd op het wetenschappelijk advies van ICES (International Council for the Exploration of the Sea) en heeft tot doel de bestanden in stand te houden. Er wordt ook een akkoord gesloten tussen de EU, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen over de totaal toegestane vangsten voor de gezamenlijk beheerde bestanden in de Noordzee.
De Belgische commerciële vissersvloot heeft tientallen quota voor verschillende vissoorten, verspreid over verschillende visserijgebieden, ter beschikking. De quota worden door de sector collectief beheerd. Het beleid tracht een gebalanceerde samenstelling in quota te bereiken, onder meer via de mogelijkheid tot quotaruilen.
De effectieve quota verschillen van de initiële quota, want ons land voert in de loop van het jaar quota-uitwisselingen uit met andere EU-landen. Zo kan de Belgische visserij het hele jaar door vissen op de gewenste doelsoorten. Haring is bijvoorbeeld een quotum dat nagenoeg volledig omgeruild wordt met Nederland en Duitsland. In ruil daarvoor geeft Nederland bijkomende quota voor tong en Duitsland voor kabeljauw. Ook van het Verenigd Koninkrijk krijgen we tongquota in ruil voor onder meer kabeljauw, zeeduivel, heek en makreel. Bij de effectieve quota van de Belgische vloot bestaat de top vijf in 2025 in volume uit pladijs, zeeduivel, tong, rog en langoustines. Bij tong en pladijs liggen de effectieve quota respectievelijk 28% en 10% hoger dan de initiële quota.
De benutting van de effectieve quota verschilt van vissoort tot vissoort en van jaar tot jaar. Bij tong (78,6%) ligt die in 2025 veel hoger dan bij schol (20,3%). Bij tong gaat de onderbenutting enkel terug op de Noordzee, waar slechts een beperkt deel van het quotum werd opgevist (38,6%). In de overige gebieden waar de Belgische vloot actief is, ligt het benuttingspercentage van tong boven de 90%. Ook bij andere soorten zien we vaak dat het quotum in de Noordzee een lagere benutting kent.