De Vlaming consumeert thuis gemiddeld 10 kg visproducten. Aan het thuisverbruik van visproducten besteedt de Vlaming in 2020 gemiddeld 131 euro. In vergelijking met 2019 is het thuisverbruik van visproducten gevoelig toegenomen door de lockdownmaatregelen ten gevolge van covid-19 (bv. verplichte thuiswerk, technische werkloosheid, beperking van verplaatsingen en contacten, sluiting van restaurants). De buitenhuisconsumptie kelderde daarentegen.

Op basis van een panel van 5.000 huishoudens berekent het marktonderzoeksinstituut GfK Belgium in opdracht van VLAM het thuisverbruik van de Vlaming (VLAM, 2021). De Vlaming consumeert thuis gemiddeld 10,0 kg visproducten, waarvan 4,2 kg verse vis en week- en schaaldieren, 0,7 kg gerookte vis en 1,2 kg diepgevroren vis en week- en schaaldieren. De rest komt in 2020 op rekening van visconserven (0,9 kg), vissalades (0,8 kg), vis in bokaal (0,3 kg) en bereidingen op basis van vis en week- en schaaldieren (1,9 kg). Tegenover 2019 is het thuisverbruik met 11% gestegen. Dat geldt voor alle categorieën, maar langer houdbare producten zoals diepgevroren week- en schaaldieren, bereidingen op basis van vis en zeevruchten en gerookte vis springen erboven uit. 

Aan het thuisverbruik van visproducten besteedt de Vlaming in 2020 gemiddeld 131 euro. Verse vis en week- en schaaldieren nemen daarvan 54 euro in. Andere belangrijke categorieën: bereidingen (22,5 euro), diepgevroren visproducten (16 euro), gerookte vis (16 euro), vissalades (12 euro), visconserven (9 euro) en vis in bokaal (2 euro). Bij de verse producten consumeert de Vlaming in volume meer week- en schaaldieren (2,4 kg) dan vis (1,7 kg), maar hij besteedt meer geld aan vis (32 euro) dan aan week- en schaaldieren (22 euro). Tegenover 2019 zijn de bestedingen met 14% toegenomen. 

Op langere termijn is het thuisverbruik van visproducten afgenomen. Het volume per capita slinkt, ondanks de spectaculaire groei in 2020, met 3% tegenover 2014. De daling laat zich het sterkst voelen bij diepvries, conserven en bokaal. Bij bereidingen is er daarentegen een duidelijke stijging, wat een bevestiging is van de gemakstrend. Mogelijk spelen de gestegen visprijzen een rol bij de vermindering van de totale visconsumptie. De bestedingen stijgen in dezelfde periode met 11%.

Zalm en kabeljauw zijn in 2020 samen goed voor 45% van de consumptie van verse vis. Zalm tekent voor 26% van het geconsumeerde volume aan verse vis, kabeljauw voor 19%. Daarna volgen jonge haring / maatjes (6%), forel (5%) en tong (5%). De categorie van de schaal- en weekdieren wordt gedomineerd door mosselen, met een aandeel van 72%, en gepelde grijze garnalen, met 9%. Surimi en ongepelde grijze garnalen halen een aandeel van respectievelijk 6% en 4%. Bij diepvriesvis nemen zalm (31%) en kabeljauw (23%) eveneens het grootste aandeel in, voor koolvis (12%) en pangasius (11%). Bij schaal- en weekdieren in diepvries zijn scampi's (75%) het populairst, voor inktvis (9%).  

Op basis van het aantal kopende gezinnen (penetratie) is gepelde grijze garnaal in 2020 het populairste verse visserijproduct. 53% van de gezinnen koopt garnalen. Daarna volgen mosselen met 46%, zalm met 44%, kabeljauw met 39%, forel met 27%,  surimi met 22%, jonge haring met 21% en scampi’s met 18%. Tong en pladijs stranden op 11%.

Over de consumptie buitenshuis van vis en zeevruchten zijn geen recente cijfers voorhanden, maar het wordt in 2017 geraamd op 21% van het totale verbruik. De bestedingen liggen op restaurant hoger. Door de coronacrisis zakte de buitenhuisconsumptie drastisch.

Uit een Europese vergelijking blijkt dat België in 2019 onder het EU-gemiddelde zit bij het totale verbruik van vis en zeevruchten in kilogram per hoofd van de bevolking. Malta, Portugal, Spanje en Denemarken voeren de ranglijst aan. Qua bestedingen per hoofd van de bevolking moet België enkel Portugal, Luxemburg, Spanje en Italië laten voorafgaan (EUMOFA, 2020).