In 2024 consumeerde de Vlaming gemiddeld 7,3 kilogram visproducten thuis en gaf hiervoor gemiddeld 118,7 euro uit. Deze cijfers liggen in lijn met de consumptie en uitgaven in 2023.
 

Op basis van een marktonderzoek uitgevoerd door YouGov en iVox in opdracht van VLAM wordt het thuisverbruik van de Vlaming berekend. In 2024 consumeerde de Vlaming gemiddeld 7,3 kilogram visproducten thuis.

Van deze 7,3 kilogram bestond 3,4 kilogram uit verse vis, weekdieren en schaaldieren. Daarnaast werd gemiddeld 1,0 kilogram diepgevroren vis en zeevruchten geconsumeerd. Gerookte vis nam 0,5 kilogram voor zijn rekening. Visproducten in glas of blik vertegenwoordigden 0,7 kilogram per persoon. Visbereidingen en kant-en-klaargerechten met vis werden elk gemiddeld voor 0,8 kilogram per persoon geconsumeerd.

In 2024 bleef het totale thuisverbruik van visproducten stabiel ten opzichte van 2023. Vergeleken met het coronajaar 2020, waarin de consumptie tijdelijk toenam door de lockdownmaatregelen, lag het verbruik wel 16 procent lager.

In 2024 besteedde de Vlaming gemiddeld 118,7 euro aan visproducten voor thuisverbruik. Het grootste deel van dit bedrag ging naar verse vis en week- en schaaldieren, samen goed voor 51,5 euro. Aan diepgevroren visproducten werd gemiddeld 17,6 euro uitgegeven, terwijl gerookte vis 15,1 euro vertegenwoordigde. Visbereidingen waren goed voor een besteding van 13,7 euro, kant-en-klaargerechten met vis voor 12,7 euro en vis in glas of blik voor 8,2 euro.

Hoewel de Vlaming in volume meer week- en schaaldieren (1,9 kilogram) dan vis (1,5 kilogram) consumeerde, lag de uitgave aan vis hoger. Gemiddeld werd er 33,0 euro besteed aan vis, tegenover 18,5 euro aan week- en schaaldieren.

De uitgaven aan visproducten bleven in 2024 nagenoeg gelijk aan die van 2023. In vergelijking met het coronajaar 2020, waarin de bestedingen tijdelijk piekten, was er wel sprake van een daling met 3 procent

De afgelopen jaren is het thuisverbruik van visproducten gedaald. In vergelijking met 2017 is het volume per capita met 9 procent afgenomen. Bij verse producten bedraagt de daling 9 procent voor vis en zelfs 16 procent voor zeevruchten. Daartegenover staat een duidelijke stijging in het verbruik van bereidingen en kant-en-klaarmaaltijden, met respectievelijk 31 en 23 procent. Deze toename sluit aan bij de bredere gemakstrend in het voedingspatroon van de consument. De stijgende visprijzen speelden vermoedelijk ook een rol in de daling van de totale visconsumptie. Ondanks het lagere volume zijn de bestedingen in dezelfde periode met 15 procent gestegen.

Zalm en kabeljauw waren in 2024 samen goed voor de helft van de consumptie van verse vis. Zalm vertegenwoordigde 38 procent van het geconsumeerde volume, terwijl kabeljauw 17 procent voor zijn rekening nam. Op ruime afstand volgden onder meer tong en schol, elk met een aandeel van 2 procent. Binnen de categorie van verse schaal- en weekdieren domineerden mosselen met een aandeel van 73 procent, gevolgd door grijze garnalen met 7 procent. Gemiddeld at een Vlaming in 2024 per capita 1,4 kilogram mosselen, 0,6 kilogram zalm, 0,3 kilogram kabeljauw en 0,1 kilogram grijze garnalen.

Op basis van het aantal kopende gezinnen (penetratie) steken enkele soorten er duidelijk bovenuit. Zalm werd aangekocht door 52 procent van de huishoudens, mosselen door 45 procent, gepelde grijze garnalen door 42 procent en kabeljauw door 36 procent. Tong en schol bleven achter met respectievelijk 6 en 8 procent.

In 2023 bedroeg het gemiddelde verbruik van vis en zeevruchten in de Europese Unie 22,9 kilogram per inwoner. In België lag dit cijfer op 21,8 kilogram per capita. De hoogste consumptie werd genoteerd in Portugal, met 53,6 kilogram per persoon, gevolgd door Spanje (40,7 kilogram) en Frankrijk (32,1 kilogram). Ook de uitgaven aan visproducten voor thuisverbruik verschillen sterk tussen de lidstaten. In 2024 bedroegen de gemiddelde bestedingen in de EU 139 euro per inwoner. Portugal spande de kroon met 464 euro, gevolgd door Luxemburg (282 euro) en Spanje (260 euro). In België lagen de uitgaven op 167 euro per persoon (Bron: EUMOFA, 2025).