De referentieopbrengsten tonen een benadering van de monetaire opbrengsten die gemiddeld behaald worden voor verschillende teelten. Deze bruto-opbrengst is gelijk aan, of wordt benaderd door, het product van de fysieke opbrengst en de marktprijs.

Opbrengsten, producties en prijzen zijn niet statisch, maar onderhevig aan jaarlijkse schommelingen en veranderingen. De referentieopbrengsten worden daarom periodiek opnieuw berekend. Dit gebeurt aan de hand van de jaarwaarden van de vijf voorgaande beschikbare jaren. Hierbij worden het beste en het slechtste jaar, op basis van monetaire opbrengst per hectare, verwijderd. Het gemiddelde van de overgebleven drie jaren is het olympische gemiddelde van de vijfjarige periode. Wanneer bepaalde jaren ontbreken, of er geen jaargegevens beschikbaar zijn, wordt de referentieopbrengst zo goed mogelijk berekend op basis van de informatie die wel beschikbaar is.

De berekeningen maken gebruik van verschillende bronnen, zoals het Landbouwmonitoringsnetwerk , het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT), de Werkgroep Oogstraming Fruit, de Werkgroep Oogstraming Groenten, inschattingen door interne en externe experts en bijkomende informatie uit publicaties. Afhankelijk van de teelt wordt de best beschikbare bron gebruikt om de referentieopbrengst te berekenen.

Er wordt geen rekening gehouden met de regio of streek van productie en ook niet met de mogelijke teeltwijze. Ook betreft het gemiddeldes genomen over meerdere jaren. Daarbij zijn databronnen soms ook beperkt, waardoor referentieopbrengsten voor teelten benaderend berekend worden. Dit betekent dat individuele teelten zowel hoger als lager dan de referentieopbrengst kunnen liggen. De referentieopbrengsten zijn dan ook indicaties en dienen ook zo behandeld te worden.